HomeDe zelfstandigheid van het provinciaal bestuur, volgens de GrondwetPagina 33

JPEG (Deze pagina), 757.90 KB

TIFF (Deze pagina), 6.80 MB

PDF (Volledig document), 27.80 MB

li

2
ïl
pz
aan den commissaris des Konings konde opdragen. Ik kan
daarom de klagt van den schrijver over miskenning van de
beginselen, die aan art. 130 der Grondwet ten grondslag
Si liggen , niet deelen. Bu het aanwezen van art. 54 zal 1noeije­
lijk aan grondwetschennis gedacht kunnen worden en nu
moet, dunkt mij, de wetgever dien middenweg kiezen, welke
door het staatsbelang wordt gevorde1·d.
Ten aanzien van het toezigt op de gemeentebesturen meent
V de schrijver insgelijks eenige atwüking van de grondwettige
beginselen te bespeuren, eene afwijking echter, die minder
in de bepalingen der Provinciale wet, dan in de praktijk
gelegen is. ,,De geest der Grondwet bragt mede, dat dit
toezigt, in het provinciaal belang, zou worden uitgeoefend
door een eigen zelfstandig provinciaal bestuur en dat de
algemeene regering slechts zoude tusschen beide komen,
wanneer beslissingen werden genomen strijdig met het alge-
meen belang of met de wet. In de praktük echter worden
de provinciale besturen veelal ook hierin als ondergeschikte
tusschenambtenaren van de algemeene regering beschouwd.
Onderscheidene ministeriëele missiven bestaan er, waarbij
de provinciale besturen slechts dienen, om de bevelen van
ii den minister aan de plaatselüke besturen als brievenbestel-
lers over te brengen. - In andere gevallen is de minister
j ook wel onmiddelük met de gemeentebesturen in briefwis-
seling." Zie bladz. 586. - `Wanneer men wil nagaan , in hoe-
verre de Bosch Kemper in deze setllingen geluk heeft, zal het
V noodig zijn na auwkeurig te onderscheiden tusschen de verschil-
ii lende onderwerpen, over welke de ministeriëele brieven loopen
en te letten op de aanleiding, welke die brieven in het leven
riep. Ik geloof niet, dat dezeltde veroordeeling all e de door
,a·i den schrijver hier aangeduide handelingen gelijkelijk mag
treffen. Ministeriëele missives kunnen handelen over de uit-
Ii legging en werking van algemeene rnkswetten, met welker
uitvoering de gemeentebesturen belast zgn. In dit geval is
j j het niet af te keuren , dat de minister bepaalde voorschrit°ten
geeft en de gedeputeerde Staten als wettige tussehen-amb-
‘ tenareu gebruikt om zijne inzigten mede te deelen. Als voor-
j .
I
l
l