HomeDe zelfstandigheid van het provinciaal bestuur, volgens de GrondwetPagina 30

JPEG (Deze pagina), 762.25 KB

TIFF (Deze pagina), 6.83 MB

PDF (Volledig document), 27.80 MB

l l
l 2
; s
j F
J 396 L
die bevoegdheid niet in hunne verordeningen had-
den o i enomen." Maar `uist die bi'voe<rin¤~ doet het door
i nl .l b D
l den schrgver gevoerde bewijs te met.
' Omtrent de irovinciale belastingen Geeft de Bosch Kem- j
, e ze
l per zeer belangrgke beschouwingen, die evenwel niet dade-
' li`k in verband staan met de vraag welke ik behandel. Een
[ J ¤>
l mnt komt hier slechts in aanmerkin<>‘ of nainentlik de
ze > J
_ O`l`()l](lVOlïlZlO`(% vrilieid der Staten om belastin en uit te
¤ ze J > zg
' schri`ven ook te veel be erkt wordt zoowel door art. 116
J > P
l der Provinciale wet als door de Jrakti`k welke zich lan 0*-
j > l J > 2;
* zainerliand bi' de behandelin van voor¤‘edra<>‘en wetten
J J :> ¤
omtrent provinciale belastingen vestigt. De schrijver schgnt
niet volkomen goed te keuren, dat het ontwerp van wet
l l • • • • ·
l ,,de enkel provinciale en huishoudelgke behoeften , tot wel- .. ,
J ker dekking zi` moeten dienen V€l`]11€¥l(l.lZ.” Ik zoude zeer
r b J 7
j genegen zgn deze bepaling, mits zij juist worde opgevat,
` te verdedigen. Provinciale belastingen toch kunnen alleen
te pas komen voor zuiver liuislioudelgke uitgaven: en hoe
jl kan nu de lVetgever de overtuiging bekomen dat het werke-
lgk zoodanige uitgaven zgn , (lïlll alleen door derzelver aan-
wijzing bg name? Daarentegen ben ik het geheel eens, dat bg
de behandeling van een wetsontwerp, omtrent provinciale
belastingen in Overijssel, in de Tweede Kamer op 3 April
jl 1864 , sommige leden veel te ver gegaan zijn en ten onregte
hebben beweerd, dat aan de Staten Generaal een oppertoe-
zigt over het nuttige en noodzakelgke van de voorgedragen
[A` belastingen toekwam. De Staten Generaal mogen beoordee-
A len , of de v0or<>‘edra¤‘en heilin 0‘ overeenstemt met het ri`ks- l
j b ¤ ¤ J
‘ belastin<>‘stelsel en aan de ri`ksbelastin<»‘en geen nadeel toe-
e» J e e
brengt; ot` noodig is voor zuiver huislioudelgke uitgaven
Xl der Jrovineiez maar te onderzoeken of die lietlinw bi` den
j 7 C 3 _l
toestand der geldmiddelen, werkelgk noodig is; ot` zich soms
A het provinciaal belang daartegen verzet, dit zoude zgn te
treden in de bevoegdheid der provinciale Staten , die, onder
F goedkeuring des Konings, die punten zelfstandig moeten
beoordeelen. De Vlïetgever mag hier niet treden in alle ino-
ll gelijke punten van onderzoek , gelgk op dien 3 April door
lg v ` l ­
ll