HomeDe zelfstandigheid van het provinciaal bestuur, volgens de GrondwetPagina 29

JPEG (Deze pagina), 752.21 KB

TIFF (Deze pagina), 6.83 MB

PDF (Volledig document), 27.80 MB

J 397
· hoeveel op het gebied der wetgeving in weinige jaren is
verrigt.
Het gebrek aan stelsel, ten aanzien van dit onderwerp ,
_ laat zich het meest gevoelen bg het gemis van eene bepaling
* in de Provinciale wet, overeenkomende 111GC art. 180 der
Gemeentewet. Door dit gemis is het eene kwestie geworden ,
of` de provinciale Staten in hunne verordeningen bepalingen
kunnen opnemen, waardoor het uitvoerend gezag de be-
voegdheid erlangt tot het, des noods ten koste der overtre-
ders , wegnemen van hetgeen in strijd met die verordeningen
is daargesteld. De provinciale Staten van Overüssel hebben
deze vraag bevestigend beantwoord en dergelüke bepaling
in een reglement opgenomen: welke bepaling, op voordragt
van den minister van Heemstra, bij Koninklgk besluit van 14
Augustus 1861 n°. 35 is goedgekeurd. De schrijver twijfelt
aan de bevoegdheid der Staten. ,, De WVetgever heeft in art.
180 der gemeentewet het beginsel aangekleefd, dat tot die
bevoegdheid eene speciale wetsbepaling vereischt werd.” Zie
bladz. 571. Deze grond verliest evenwel veel van zijne
kracht, wanneer wg in de M. v. T. op het artikel der Ge-
meentewet lezen, dat deze bepaling alleen in die WVet is
opgenomen, om den twijfel weg te nemen of` aan de ge-
meentebesturen zoodanige magt van uitvoering toekomt
wanneer ,,de plaatselüke wetgever verzuimd had, het bn
züne verordeningen uit te drukken.” Daaruit volgt toch,
dat de minister , die de VVet voordroeg, van gevoelen was,
dat indien de plaatselüke besturen dat regt van uitvoering
uitdrukkelük in hunne reglementen verleenden , zoodanige
uitvoering wettig was. Niemand in de beide Kamers heeft
` dat gevoelen bestreden: en, ofschoon ik toegeef`, dat uit
deze omstandigheden nog geen volstrekt bewijs voor de
waarheid van het beginsel volgt, zoo wederspreken toch
zeker het gevoelen van den schrijver. Züne uitspraak is alleen
waar, wanneer men er eenige woorden büvoegt. ,,De wet-
gever heeft in art. 180 der Gemeentewet het beginsel aange-
kleefd dat tot die bevoegdheid eene speciale wetsbepaling
vereischt werd, indien de plaatselijke besturen zelve