HomeDe zelfstandigheid van het provinciaal bestuur, volgens de GrondwetPagina 27

JPEG (Deze pagina), 736.91 KB

TIFF (Deze pagina), 6.82 MB

PDF (Volledig document), 27.80 MB

39:3
en elders in het midden wordt gebragt. Het is geheel tegen
den geest der Grondwet, wanneer de wettige verhouding
tusschen den Koning en de Staten uit het oog wordt verlo-
ren en daarvoor eene verhouding tusschen den minister en
de Staten in plaats wordt gesteld. Tot de Staten (wanneer
zg ten minste in de volheid hunner regtcn optreden) behoo-
ren geene andere stukken te komen dan Koninklüke besluiten
of` medodeelingen van den minister, uit °s Konings naam.
De Staten behooren zich alleen tot den Koning te wenden.
Behalve dat dit beginsel dadelük voortvloeit uit de plaats,
welke de provinciale Staten in het organisme van den staat
innemen. als zünde geroepen om, onder goedkeuring des
Konings , de provincie vrijeluk te besturen , geeft de schrij-
ver nog een gewigtigen grond, als hij zegt ,, lür kunnen bui-
tengewone conflicten tusschen het provinciaal bestuur en de
centrale regeermagt ontstaan , waaromtrent de Koning alle-
zins bevoegd is bn den Raad van State advies in te winnen,
hetgeen meer in den regel kan geschieden, wanneer het adres
aan den Koning gerigt is , dan indien alleen aan ls Konings
M minister is gC^SC­lll`€Y€11.” Het beginsel is evenwel dan alleen
ten volle van toepassing, wanneer de Staten optreden als
provinciale wetgevers , of` zuiver provinciale belangen rege-
len. lvorden geroepen om algemeene wetten toe te pas-
sen, om toezigt te voeren over gemeenteliesturen, water-
i schappen en dergelijke inrigtingen, dan treden meer op
als een schakel in het uitvoerend gezag en dan scl1i_jnt regt-
streeksche correspondentie tusschen de Staten en den minis-
ter niet af` te keuren. Zoodanige brief`wisseling kan ook te
pas komen, wanneer de minister onder zekere omstandighe-
den uitzigt geeft op cen rükssubsidie voor provinciale wer-
ken of° wanneer er zaken moeten geregeld worden, bij welke
rijk en provincie betrokken zgn. ln het algemeen schnnt
mg brief`wisseling over alle onderwerpen tusschen den minis-
ter en de gedeputeerde Staten allezins betamelijk , daar bn
deze laatsten toch nooit de volheid van inagt der geheele
Statenvergadering berust en daarom nooit dergelgke conflic-
ten, als op welke boven gewezen is , kunnen ontstaan.