HomeDe zelfstandigheid van het provinciaal bestuur, volgens de GrondwetPagina 23

JPEG (Deze pagina), 776.48 KB

TIFF (Deze pagina), 6.87 MB

PDF (Volledig document), 27.80 MB

391
lük rijksbestuur zgn, geheel of gedeeltelük ten koste der
provincie of der gemeente komen? Ten aanzien der pro-
vincie heeft men eene transactie beproefd, door de splitsing
der begroeting in twee deelen ; maar ook die splitsing vol-
doet aan de voorvechters der onbepaalde provinciale onaf-
hankelükheid niet. Ten aanzien der gemeente zoude men
eene dergelüke splitsing der begrooting kunnen invoeren en
een zeker aandeel voor rekening van het rijk nemen: en in-
derdaad dit gevoelen heeft veel, dat het aanbeveelt. 11aar
ook dan immers zal altüd de wet moeten bepalen , welk aan-
deel door het rijk zal gedragen worden en zal in de Ge-
meentewet de bepaling moeten blüven bestaan, dat op de
plaatselüke begrooting zullen gebragt worden alle uitgaven,
_ door bnzondere wetten aan de gemeente opgelegd. Ik geloof
L alzoo dat het stelsel, door de Bosch Kemper afgekeurd,
in overeenstemming is met onze geheele wijze van bestuur,
zoo als dat bestuur , volgens de Grondwet, bestaat. Ik stem
evenwel gaarne toe, dat het stelsel ligtelük tot misbruiken
leidt en dat de wetgever zeer voorzigtig moet zijn om geene
onbillükheden te begaan. Of de praktijk ten aanzien der ge-
meenten altüd billük geweest is , behoeft te dezer plaatse niet
onderzocht te worden; bepalen wij ons tot de provincie. De
schrijver brengt tot deze soort van uitgaven ,, de verzorging
der krankzinnigen, ingevolge art. 107 der Provinciale wet.”
i· Ik geloof niet, dat uit dit artikel volgt dat op de provinci-
a.le begroeting bijdragen voor verpleging der behoeftige
_ krankzinnigen gebragt moeten worden, hoewel het alge-
meen geschiedt , omdat het Rük , alleen onder voorwaarde
dat de provincie een zeker aandeel in die kosten draagt, er
` een geluk aandeel büvoegt: maar de zorg voor de krankzin-
j nigen kan toch zeer wel tot deze verpligte uitgaven gebragt
` worden, omdat art. 8 der wet van 29 lVIei 1841, Staatsbl. n°.
j 20 , aan de provinciën de verpligting opgelegd heeft , om of
zelve een geneeskundig krankzinnigengesticht op te rigten,
of eene overeenkomst te sluiten met zoodanig gesticht tot
verzorging van behoeftige krankzinnigen. Is deze bepaling
af te keuren ? Ik geloof het niet. Volgens de vroegere en ook