HomeDe zelfstandigheid van het provinciaal bestuur, volgens de GrondwetPagina 19

JPEG (Deze pagina), 766.79 KB

TIFF (Deze pagina), 7.07 MB

PDF (Volledig document), 27.80 MB

387
van toepassing: het zijn geene gewone betalingen uit ’s Lands
kas , maar betalingen , die door de Staten worden voorgedra-
V gen en die de Koning , bij goedkeuring , op de staatsbegroo-
ting brengt. De Koning stelt ook deze bezoldigingen wel
vast , maar op eene andere wüze: dat wil zeggen, niet onmid-
delük, maar na eerst eene voordragt van de provinciale Staten
ontvangen te hebben. Aan die voordragt evenwel is de Ko-
ning niet gebonden, maar kan eene andere som op de staats-
begrooting aan de Staten-Generaal voordragen. Een Ko-
ninklijk besluit derhalve, waarbij de Koning, zonder voordragt
der verschillende Staten , eens vooral de bezoldigingen der
ambtenaren en bedienden op de verschillende provinciale
grifiien regelt, schünt mij met den geest der Grondwet niet
bestaanba ar. Deze onwettigheid evenwel raakt meer den vorm,
dan het wezen der zaak. Het is nuttig , dat er aan het lIi-
* nisterie van Binnenlandsche zaken vaste regelen zijn aange-
nomen, aan welke de jaarlijksche voordragten der provinciale
1 Staten, ten aanzien der bezoldigingen worden getoest; bestaan
zoodanige regelen niet, dan zal er groote ongelijkheid geboren
worden tusschen de bezoldigingen van dezelfde soort van
ambtenaren in de verschillende provincien, welke ongelijkheid
tot naüver en beklag aanleiding zal geven. De minister handelt
goed, door zich, bij zijne voordragten aan den Koning, zoo
veel mogelijk aan die regelen te houden, zonder evenwel
i voor de gegronde vertoogen der Staten het oor te sluiten en
t zoo doende, om den regel, het belang der zaak voorbij te
i zien. Het is ook nuttig , dat die regelen aan de Staten bekend
zijn en dat zij weten , indien zij bij hunne voordragten te ver
van de gestelde maat afwijken , waarschijnlijk niet te zullen
slagen. Maar zoodanige regelen hadden niet bij algemeenen
maatregel van bestuur moeten worden vastgesteld: hadden
op eene andere wijze ter kennis der verschillende Statenver-
gaderingen kunnen komen. De minister b. v. had , na de
indiening der eerste begrooting door de provinciale Staten ,
aan de gedeputeerden in de verschillende provincien een brief
kunnen schrijven, waarin werd vermeld, welke voordragt
de minister aan den Koning had gedaan en welke regelen hij
xx 213