HomeDe zelfstandigheid van het provinciaal bestuur, volgens de GrondwetPagina 18

JPEG (Deze pagina), 791.12 KB

TIFF (Deze pagina), 7.07 MB

PDF (Volledig document), 27.80 MB

386
van rijks en zuiver huishoudelijk provinciale uitgaven in
het stelsel der Wet plaats heeft , welke wü ook boven reeds _
opmerkten. Gevaar voor de zelfstandige zorg voor het pro-
‘ vinciaal huishouden kan ik niet ontwaren: want de benoo­
1 digde reiskosten van gedeputeerde Staten worden op de
j rijksbegrooting gebragt en de wetgevende magt zoude de
j de bepalingen der Provinciale wet geheel miskennen , indien
j zij zoodanige reiskosten niet toestond. Ik geloof niet, dat er
4 ten dezen opzigte in de praktijk moeijelnkheden bestaan: dit
weet ik , dat leden van gedeputeerde Staten van Overijssel
i het provinciale bijzonder eigendom, de Dedemsvaart, inspec-
teren en dat hunne reiskosten onder kosten , voor zooverre
K het rijksbestuur is, gebragt worden. i
i Eene zeer gegronde grief heeft de schrüver tegen het Ko-
, ninklijk besluit van den 14 Junij 1652 , Staatsbl. n°. 126,
welk besluit is gecontrasigneerd door den minister Thorbecke. {
Bij dien maatregel van algemeen bestuur worden algemeene
. voorschriften gegeven omtrent de verdeeling, titulatuur, i
i wijze van benoeming en belooning der ambtenaren en bedien-
den ter provinciale grifiie en wordt voor de verschillende
categorien een maximum en minimum van bezoldiging vast-
gesteld. Het besluit is gegrond op de overweging dat de be-
l zoldigingen dier ambtenaren en bedienden , krachtens art.
j 105 der Provinciale wet, uit ’s Lands kas worden betaald j
K en dat die bezoldigingen derhalve , volgens art. 61 der
Grondwet, door den Koning moeten worden geregeld. De I
Bosch Kemper ziet hierin eene miskenning van art. 103 en ‘
105 der Provinciale wet en van art. 129 der Grondwet,
welke vorderen dat bezoldigingen , die tot de kosten van het
bestuur der Staten, voor zoover het rnksbestuur is, behoo-
ren, jaarlijks, op de voor dat onderdeel bestemde begrooting,
door de Staten aan den Koning worden voorgedragen.
voegt er bij, dat de Regering niet de minste bevoegdheid had,
eenige bepalingen te maken omtrent de verdeeling en rang
der onderscheidene ambtenaren op de provinciale grifliën.
Zie bladz. 560. Over het algemeen kan ik met dat ge-
voelen vereenigen. Art. 61 der Grondwet schijnt hier niet