HomeDe zelfstandigheid van het provinciaal bestuur, volgens de GrondwetPagina 14

JPEG (Deze pagina), 769.34 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 27.80 MB

fl
1
382
V in art. 129 bepaalt, dat de begroeting aan de Koninklijke
goedkeuring onderworpen zal worden, (läll eischt gelijkheid
` van redenen, dat, zonder die goedkeuring, geene uitvoering
V worde gegeven aan besluiten , die met die begrooting in naauw
K verband staan _en , wanneer ze zonder eenig toezigt mogten
, genomen worden , de co11trole op de begroeting tot eene for-
maliteit zonder beteekenis zouden maken. Bh de uitlegging
toch van dergelijke staatswetten, ook van de Grondwet,
‘ schünt inn eene analogische uitlegging geenzins te verwerpen.
Eindelnk, indien l1et waar is, dat de Koning in de provinciale
zaken eenig, al is het dan ook beperkt, regt van 111ederegere11
j heeft; indien de Koning ook voor het provinciaal belang 1113,g
K waken, is het dan niet consequent dat zoodanige handelingen,
die 11iet alleen voor den tegenwoordigen tyd, maar ook voor
de toekomst het provinciaal belang kunnen aanranden, zoo als
geldleeningen en verkoopi11ge11 van grondeigendommen, êlëlll ‘
de Koninklüke goedkeuring onderworpen zijn? Deze is dan
ook de grond, die bij de M. v. T. der Provinciale wet voor
deze bepalingen werd gegeven. ,,Het belang der ingezetenen
eischt voorzorg tegen het nemen van onbedachte besluiten,
die de provincie zeer zouden kunnen benadeelen en voor de
toekomst ëlälll drukkende verpligtingen onderwerpen.” Op
alle deze gronden hel ik over tot het denkbeeld, dat de geest
der Grondwet in dezen niet is miskend. In ieder geval was
de Keinpenaer in zgn ontwerp van Provinciale wet eve11 cen-
traliserend als Thorbecke: want in art. G6 van dat ontwerp
worden de besluiten o111trent geldopnemingen, aankoop, ver-
koop e11 dergelüke handelingen ook älëtll de Koninklijke goed-
keuring onderworpen. De minister de Ken1pe11aer ging zelfs .
nog iets verder en noemde in dat artikel ook den aanleg van
werken en het daarstellen van inrigtingen ten koste der pro-
vi11cie. Een denkbeeld, waarover ik dien staatsman in gee-
nen deele hard wil vallen, daar het zeer juist gezien was , p
dat bn ZOO(l3,11lg€ handelingen de toekomst der provincie ins-
gelüks in groote mate kan betrokken zgn.
De schrijver schünt geene te ver gedrevene centralisatie
i te zie11 i11 het onderwerpen der begrootingen aan de konink-