HomeDe zelfstandigheid van het provinciaal bestuur, volgens de GrondwetPagina 13

JPEG (Deze pagina), 775.78 KB

TIFF (Deze pagina), 6.82 MB

PDF (Volledig document), 27.80 MB

381
Koninklüke goedkeuring op de besluiten omtrent provinciale
geldleeningen, bezoldigingen van provinciale beambten, het
koopen , ruilen of vervreemden, het bezwaren of verpanden
van provinciale eigendommen , het treffen van dadin gen daar-
omtrent en het aanvaarden der aan de provincie gedane le-
gaten of schenkingen. De schrijver keurt waarschünlük den
meesten inhoud van het artikel af, als inbreuk makende op
de vrije regeling van het provinciaal huishouden, maar bij
name verheft hü zich tegen de bepaling, dat de Staten, zon-
der Koninklüke goedkeuring, geen eigendom hoegenaamd
. mogen koopen of verkoopen, geene schenking hoegenaamd
aannemen. Hij verwüst naar art. 141 der Grondwet, waarbij
de besluiten der gemeentebesturen, rakende de beschikkin-
kingen over gemeente-eigendommen en zoodani ge andere bur-
gerlnke regtshandelingen , welke de wet aanwijst, uitdrukke-
i luk aan hoogere goedkeuring worden onderworpen. Indien
alzoo de Grondwet in dit opzigt met name de gemeentebe-
sturen vermeldt en van de provinciale besturen niet spreekt,
moet gerekend worden gewild te hebben, dat deze laat-
sten geheel vrij in hunne handelingen zouden zijn. - Deze re-
denering van den schrijver is niet zonder kracht, maar er kun-
nen toch nog gewigtiger gronden voor het tegenovergestelde
gevoelen aangevoerd worden. Vooreerst kan uit de aanwezig-
heid van art. 141 niet met zekerheid opgemaakt worden, dat
de grondwetgever, de gemeente-besluiten alleen noemende, de
provinciale besluiten van hoogere goedkeuring wilde uitslui-
ten: hij kan een ander doel gehad hebben en heeft dit waar-
schijnlük ook gehad. De besluiten der gemeentebesturen, o1n­
trent het opnemen van gelden, waren vóór 1848 aan de Ko-
ninklijke goedkeuring onderworpen: tot wegneming van
onnoodige centralisatie, werd in het artikel bepaald, dat die
goedkeuring in het vervolg door de provinciale Staten
zoude gegeven worden. Verder is r e g e l i n g en b e s t u u r
van het provinciale huishouden nog geene volstrekte opper-
magtige beschikking: de voogd b e s tu u r t ook, maar kan
desniettegenstaande, zonder hooger autorisatie, de goederen
van zünen pupil niet vervreemden. Waniieer de Grondwet