HomeDe zelfstandigheid van het provinciaal bestuur, volgens de GrondwetPagina 12

JPEG (Deze pagina), 766.44 KB

TIFF (Deze pagina), 6.82 MB

PDF (Volledig document), 27.80 MB

‘l
330
regeren gesproken wordt, moet daardoor eene zelfregering
verstaan worden, waarvan elke deelneming des Konings
niet is uitgesloten. Evenmin kan men uit het verslag opma-
ken , dat de monarchie wel in algemeene aangelegenheden ,
niet in de aangelegenheden van provincie of gemeente zich
mag doen gelden: ook dit zoude in dadelijken strüd zün met
de Koninklüke goedkeuring op verschillende handelingen
vereischt, met de benoeming door den Koning van den com-
missaris in de provincie en den voorzitter van den raad in
gemeente. (Zie het ontwerp van Grondwet, art. 123 , 125,
130, 132, 134). Naar mijn denkbeeld, is het geen onjuist 4
gezegde: ,, dat de monarchie van den staat zich in de pro-
vincie repeteert,” namentlük in de provincie, niet in de ge-
meente. De provinciale Staten zijn nog steeds een staats-
ligchaam, dat regtstreeks met den Koning in verbinding
staat en er is nog iets overgebleven van de vorige Grond- ’
wet, toen de Staten, bn de troonsbeklimming van eenen
l nieuwen Koning, dezen afzonderlük huldigden. - Overigens
zal ik naauwelüks behoeven op te merken , dat de woorden,
door den minister gebezigd, in eenen gezonden zin verstaan
moeten worden. In den regel zal de centrale magt de Sta-
ten laten beoordeelen , wat het provinciaal belang vordert;
maar, wordt dat belang in eene groote mate miskend, dan
i treedt de Koning tusschen beide. In eenen anderen zin kan
het de Heer Thorbecke niet gemeend hebben: en heeft hu
het beginsel immer anders toegepast, dan handelde hij ver-
keerd.
Met deze beginselen gewapend, wil ik nu achtervolgens
de büzondere bezwaren van de Bosch Kemper overwegen.
,, Het centraliseerd voorschrift van art. 133 der Provinciale
wet strüdt met de Grondwet: onze wetgever heeft in 1850
geheel over het hoofd gezien, dat art. 131 der Grondwet aan
de provinciale Staten meerdere zelf`standigheid waarborgt
dan in art. 141 aan de gemeentebesturen.” Zie bladz. 569.
Het punt, dat hier behandeld wordt, is inderdaad een zeer
betwist punt en het gevoelen van den schrgver verdient ern-
, stige overweging. Art. 133 der Provinciale wet vordert de