HomeDe zelfstandigheid van het provinciaal bestuur, volgens de GrondwetPagina 10

JPEG (Deze pagina), 783.43 KB

TIFF (Deze pagina), 6.83 MB

PDF (Volledig document), 27.80 MB

378
de Staten wordt geheel en al overgelaten de be-
9 schikking en beslissing van alles enz. De begrooting .
der enkel provinciale en huishoudelüke inkomsten en uitga-
ven vereischt ’s Konings goedkeuring (art. 129). Alle zoo-
"lanige reglementen en verordeningen, als de Staten voor
het provinciaal belang noodig oordeelen, worden aan
de goedkeuring des Konings onderworpen (Art. 131). In
deze bepalingen ligt, müns inziens, meer da11 een toezi gt des
Konings in het algemeen belang. Tot het uitoefenen van
zoodanig toezigt was art. 133 voldoende, dat aan den Koning
de magt geeft de besluiten der Staten, die met de wetten of
het algemeen belang strüdig zün, te vernietigen. Toen de
grondwetgever bg art. 133 de bepalingen van art. 129 en
131 voegde, toonde hg daardoor iets meer dan toezigt,
eene soort van mederegeeren aan den Koning te willen toe-
kennen. Begrootingen goedkeuren, reglementen goedkeuren:
dit is inderdaad een beperkt mederegeren. Het provinciaal
belang ligt , bn die goedkeuring, geenszins buiten de bevoegd-
heid der centrale magt. Bü de begrooting zal wel zeer wei-
nig sprake zün van schending van algemeen belang of van
wetten: eene begrooting is goed of slecht in het provinciaal
belang. Voor de handhaving van de wetten en het algemeen
belang was vernietiging van een provinciaal reglement vol-
doende: de Grondwet vordert goedkeuring van het regle-
ment ook in het provinciaal belang. VVanneer ik dit alles
bedenk, dan kan ik den minister Thorbecke geenszins zoo
hard vallen als de schrüver doet (bladz. 234) , wegens het-
geen hü den 30 December 1863 in de Eerste Kamer zeide:
,, De monarchie van den staat repeteert zich i11 de provin-
cie, met dit onderscheid ,_ dat in den staat de Koning , in de
provincie de provinciale vertegenwoordiging het initiatief
heeft. Maar de Koning heeft het regt van goedkeuring als
deelgenoot aan de wetgevende magt. Te zeggen , de provin-
ciale Staten kennen de belangen der provincie het best, is
oorlog aan onze wettelüke beginselen verklaren. De Koning
is door de Grondwet en door de Provinciale wet geroepen ,
evenzeer als de provinciale Staten, de belangen der provin-