HomeHet ontwerp-Ouderdomswet van 6 Februari 1914Pagina 8

JPEG (Deze pagina), 881.41 KB

TIFF (Deze pagina), 7.43 MB

PDF (Volledig document), 35.10 MB

6
derlijke handreiking ontvingen. En als al die voor-
waarden vervuld blijken, ontvangen zij eene uitkeering
van twee gulden per week, eene regeling, waaraan tevens
onafscheidelijk het nadeel is verbonden, dat de zuinige
T; en zorgvuldige, die zich een eigen spaarpenning ver-
rfg wierf, niets ontvcmgzf; terwijl de opmaker en zorgelooze
tig voor deze ondeugden wordt beloond met eene Staats-
·’ toelage. Wel zegt de Memorie van toelichting op bl. 7
·_ dat ,,overwogen zal worden of het aanbeveling ver-
dient in de Invaliditeitswet te bepalen, dat bij de uit-
voering der ouderdomswet vrije renten, krachtens de
Q Invaliditeitswet, tot een zeker bedrag niet in aanmer-
' king zullen mogen worden genomen, bij de beoordee-
ling of een persoon al dan niet behoeftig is." Maar--
; bij gebreke aan wetenschap van het resultaat dier
l. overweging en bij volkomen gemis van een bepaling
n van het begrip ,,behoeftig"; terwijl bovendien zoo-
.·,, danige maatregel toch slechts een zeer klein deel der
Ki) gegadigen zou gelden ­- kan in deze vage toezegging ” _'
moeilijk worden gezien eene tegemoetkoming aan het '
; geschetste euvel. j
Q? Krachtens de afgekondigde wet zouden de vroeg- Y
_] ouden, die op jonger leeftijd ongeschikt werden voor
gi hun arbeid, de /mm-toegekende rente behouden tot
5 hunnen dood. Volgens de nu ontworpen regeling zal
die rente met het klimmen der jaren afnemen, om met
het zeventigste jaar geheel op te houden. Het ontwerp ,
toch, bevat geen enkele aanwijzing, dat trekkers van
invaliditeitsrenten van zelf de ouderdomsrente zouden ,
lj ontvangen bij het bereiken van dien leeftijd. Dan ”
ll wordt de rentetrekker een behoeftige, die vragend moet
è; naderen tot het Gemeente­bestuur. Het kon zijn dat
hij nog eenig inkomen langs anderen weg bezat, dan
[ is hij niet be/zoefzfig en hij ontvangt niets.
Krachtens de afgekondigde wet kan ieder rentetrek-
ï ker, waar dit noodig mocht zijn, uit de kas zijner kerk
of van eene liefdadige instelling aanvulling ontvan-