HomeHet ontwerp-Ouderdomswet van 6 Februari 1914Pagina 39

JPEG (Deze pagina), 819.93 KB

TIFF (Deze pagina), 7.53 MB

PDF (Volledig document), 35.10 MB

37
haar gesteund. Aangezien tot heden tusschen de ver-
schillende instellingen geen verband bestaat, tellen al
deze opgaven mede voor de statistiek, en zoo is het
zeer wel mogelijk dat het eindcijfer der bedeelden,
volgens de statistiek, 30 0/,,, 60 0/,, of 100 °/0 dat der
werkelijkheid overtreft. Wel zullen de armenraden ten
deze spoedig verbetering kunnen aanbrengen; maar
dit verbetert niet de bestaande cijfers. Het is voor de
Regeering te hopen dat hare overige gegevens op
ë vaster grondslag rusten.
· Over de zonderlinge wijze, waarop in het ontwerp
de verrekening met de gemeenten is ontworpen, zij
hier gezwegen. Gevraagd mag worden of het niet
eenvoudiger en meer rationeel ware, dat b.v. 80 °/0
der kosten door het Rijk aan de gemeenten werd ver-
goed. In de 20 °/0, door de gemeenten te betalen, lag
een waarborg tegen te groote gulheid, echter van te
geringe beteekenis, om schrielheid te verwachten. De
regeling bracht dan voor de gemeenten toch zeker
geen nadeel, vergeleken met den tegenwoordigen
toestand, nu vele der bedoelde zeventigjarigen direct
en geheel door de gemeenten worden gesteund.
Gezwegen mag niet worden over het feit, dat ook
de kostenkwestie bij invoering der Invaliditeitswet van
zelf voor een deel hare oplossing zou vinden. Dan
toch begint voor de duizenden verzekerden de betaling
der premiën, die, met de Rijksbijdrage van tien millioen
gulden, de eenige en voldoende middelen vormen,
{ waaruit (krachtens Art. 20) de kosten der wet, ook
die van de Artt. 369 en 370, worden voldaan.
Samenvattende den inhoud der in de vorige blad-
zijden ontwikkelde gedachten, komen wij tot deze
slotsom:
1. dat aan het Nederlandsche volk een zedelijk en
economisch nadeel zou worden berokkend, indien de
invoering der reeds vastgestelde Invaliditeits­ en ouder-