HomeHet ontwerp-Ouderdomswet van 6 Februari 1914Pagina 38

JPEG (Deze pagina), 862.54 KB

TIFF (Deze pagina), 7.53 MB

PDF (Volledig document), 35.10 MB

"
` 36
‘ lijk zijn op bovenbedoelde gepensionneerden. Dergelijke
maatregel zou tevens kunnen dienen om de redactie
L van het eerste lid van Art. 369 zóódanig te wijzigen,
` dat zij meer overeenkwam met hetgeen in Art. 32,
. omtrent de verplicht­verzekerden is bepaald.
l Ten slotte een enkel woord over de kosten. Deze
H zijn aanzienlijk; en de toekomst zal leeren of dek-
king mogelijk zij, bij starre vasthouding aan het
dogma, dat alles moet komen uit directe heffingen _
en dat het vinden van een deel der benoodigde gelden F
uit hooger opbrengst der indirecte belastingen contra-
bande is.
Maar één ding leeren ons de becijferingen in § 7
der Memorie van toelichting: dat vaststelling der ont-
worpen ouderdomswet nu juist niet tot besparing zou
leiden. Bovendien de gegeven cijfers zijn ramingen,
want de Ministers beginnen deze § met de verklaring:
,,De vermoedelijke kosten van de voorgestelde ouder-
domsrenten zijn slechts bij benadering te schatten."
Het zal ongetwijfeld moeilijk zijn de Ministers na te
rekenen, of te trachten hunne schattingen te verbeteren.
Het mag echter verwondering wekken dat als basis van
berekening ook zijn genomen de cijfers omtrent het ·
aantal bcaleelden volgens de slalislvle/c van het arm-
wczen. Het is toch ook den onderteekenaars der Me-
morie niet onbekend dat deze statistiek in de hoogste
mate fictief is. Elke instelling van weldadigheid geeft
het aantal harer ondersteunden op. Een bejaarde in ,
de Residentie, die vaste bedeeling geniet van zijne i
kerk, en die bovendien het geluk heeft te behooren
onder de ,,ouden van dagen", door ,,Armenzorg" ge-
steund, wordt dus twee malen opgegeven. Ontvangt
hij bovendien steun uit het ,,Koningin Emma­fonds",
dan wordt hij drie malen geteld. Het ware mij moge-
lijk den naam te noemen van een behoeftige, die door
zes verschillende instellingen werd opgegeven als door