HomeHet ontwerp-Ouderdomswet van 6 Februari 1914Pagina 37

JPEG (Deze pagina), 820.34 KB

TIFF (Deze pagina), 7.64 MB

PDF (Volledig document), 35.10 MB

l
35
rente berust op de redeneering dat deze menschen,
ware de wet er geweest, verzekerd zouden zijn ge-
weest, daar spreekt het vanzelf dat niet enkel aan
totaal-armen deze uitkeering ten deel valt. Maar zij,
die het voorrecht hebben persoonlijk vele thans-begun-
stigden te kennen, weten wel dat voor het overgroote
deel deze rente werkelijk is eene zeer noodige hulp.
Dit neemt niet weg dat er ten deze enkele fouten
zijn ontstaan, die voorziening eischen. Doch ook deze
voorziening kan worden getroffen zonder onze armen-
verzorging te verwringen en de verzekeringswetgeving
l ongedaan te maken.
Art. 369 verbindt aan het verwerven der gratisrente
nadrukkelijk de voorwaarde dat men, zoo de wet in
werking ware, verplicht verzekerd zou zijn geweest.
Evenals bij het derde bezwaar, is dus de eerstnoodige
maatregel: imzocriizg dar wei. Dan blijkt vanzelf door
de werking en toepassing harer overige bepalingen,
welke categoriën en personen in Artt. 369 en 370 wer-
den bedoeld.
Eén misstand eischt echter meer onmiddellijke voor-
ziening.
Volgens de Artt. 35-39 bleven buiten de verzekering
de arbeiders, die pensioen zouden genieten van Staat,
Provincie of Gemeente, van publiekrechtelijke lichamen
of van de groote Spoorwegniaatschappijen. Nu is de
gedeeltelijke invoering der wet oorzaak dat deze arti-
kelen niet of niet volledig kunnen worden toegepast,
waarvan het gevolg is dat sommigen pensioen zouden
l genieten en ouderdomsrente.
Indien het werkelijk onmogelijk bleek aan de Rijks-
verzekeringsbank en aan de Raden van beroep, dezen
misstand te doen verdwijnen, dan mag worden gevraagd
- waar ten deze geen verschil van meening bestaat
­- of het niet mogelijk ware in korten tijd een wet van
één artikel vast te stellen, waarbij werd bepaald dat
Art. 369 en Art. 370 der Invaliditeitswet niet toepasse-
n
1