HomeHet ontwerp-Ouderdomswet van 6 Februari 1914Pagina 36

JPEG (Deze pagina), 837.67 KB

TIFF (Deze pagina), 7.64 MB

PDF (Volledig document), 35.10 MB

W"' l` ` " Y Y l
34
E merkte op, dat de opneming der bepaling, al blijkt zij
overbodig, niet zou schaden".
,,De Minister antwoordde dat hij voorshands geen
reden zag om te onderstellen dat de Invaliditeitswet
vóór de Radenwet in werking zou kunnen treden.
{ Mocht dit later blijken wel het geval te zijn, dan kon,
. desnoods bij een novelle, de gewenschte bepaling als-
nog worden vastgesteld."
De Regeering achtte toenmaals blijkbaar ­ zoo noodig
- de latere opname der gewenschte overgangsbepaling
in beginsel niet verkeerd en eventueel gemakkelijk I
aan te brengen. De beide leden, die haar aanbevalen,
‘ . behoorden niet tot de zelfde zijde der Kamer.
Gevraagd mag worden, als de vastgestelde organisatie
dan werkelijk zóó ingrijpend veranderd moet worden,
of het niet mogelijk ware den toen-besproken nood-
maatregel te treffen, opdat althans de verzekering
mocht worden ingevoerd, en het wezen der zaak geen
schade leed onder verschil van meening over haren
vorm.
De aan te stellen ambtenaren zouden, bij latere in-
voering eener volledige organisatie, toch zeker niet
overbodig zijn.
IV. De vierde der noodlottige omstandigheden was
I dat de ruime redactie van Artt. 369 en 370 en hunne
invoering buiten verband met de geheele regeling, de
uitkeering deed toekomen aan personen, die haar niet
behoeven, om in hun onderhoud te voorzien.
In beginsel is deze omstandigheid geenszins een x
verrassing. Een sociale verzekeringswet is geen armen-
wet. Een verzekerde rente komt ten goede aan hem,
die er recht op heeft, ongëacht de mate van welvaart
van den rechthebbende.
Is de wet eenmaal in werking, dan zal de trouwste
premie­betaler, die dus later ook de hoogste uitkeering
geniet, lang niet altijd de armste der rentetrekkers
zijn. En waar de tijdelijke uitkeering der premie­vrije I
n
1