HomeHet ontwerp-Ouderdomswet van 6 Februari 1914Pagina 34

JPEG (Deze pagina), 862.23 KB

TIFF (Deze pagina), 7.53 MB

PDF (Volledig document), 35.10 MB

32
vertrouwen in de gemoedelijkheid der Nederlandsche
_ naüe
i Nu blijkt uit de mededeelingen in de Memorie van
J toelichting en uit de rede van den Minister van Land-
bouw in de Tweede Kamer op 23 December 1913, dat
Z het onmogelijk is de wet reeds op 3 December 1916 in
‘ te voeren, omdat de Regeering het wenschelijk acht
O haar op onderscheidene punten te wijzigen.
j Het is te verstaan, dat bekwame mannen omtrent
zoodanig gewichtig punt afwijkende meeningen koes-
teren, die zij meenen dat in de wetten moeten worden
V uitgedrukt. Maar het zou er voor Nederland ongeluk-
kig uitzien als ieder nieuw Minister, hoe bekwaam ook,
aanleiding vond de werking van vastgestelde regelingen
te schorsen, om dat hij meent nog iets beters te weten.
Onder de veranderingen, door de Regeering ge-
wenscht, zullen voorzeker verbeteringen zijn. Maar of
i het als een verbetering zal worden gevoeld, ,,dat de
invaliditeitsrente met het klimmen derjaren geleidelijk
daalt, zoodat zij zich ten slotte aansluit bij de ouder-
domsrente" - dit mag zeker worden betwijfeld. Natuur-
lijk kan over al deze punten verschil van meaning
bestaan en zeker zal ook voldoende van verschil van
ineening blijken. Ons wacht weder een nieuwe discussie,
van den omvang der vroeger gevoerde debatten.Maar
is het verdedigbaar dáárop het Nederlandsche volk
de doen wachten ?
Onder de onderdeelen, die de Regeering wil verbeteren
en waarvoor tijd noodig is, behoort ook de organisatie.
,,De Radenwet zal worden ingetrokken". Wederom: is
het verdedigbaar op eene verbetering in de organisatie
de geheele zaak te doen wachten -­ wellicht te doen
struikelen ? De parlementaire tuin, toch, ligt vol voet-
angels en klemmen.
Natuurlijk, de Regeering kan zeer overwegende be-
zwaren hebben. Maar, als men leest het geen Mr. Treub
over de organisatie schreef op blz. 79 van zijn reeds