HomeHet ontwerp-Ouderdomswet van 6 Februari 1914Pagina 20

JPEG (Deze pagina), 890.50 KB

TIFF (Deze pagina), 7.36 MB

PDF (Volledig document), 35.10 MB

. 18
. raad gegeven worden ten opzichte van huis en handel, .
E van weg en werk ­- gelet moet worden op gaan en
V staan op leven en streven; want het doel der tijdelijke
hulp is, hetzij ·haar zoo spoedig mogelijk te doen op-
‘ houden, hetzij haar te bezigen als middel tot bëoor­
_, deeling of blijvende steun noodzakelijk kon zijn.
.2 Hierbij is dus oneindig meer aanleiding te vreezen
dat raad en leiding van den bezoeker het karakter
aannemen van onbescheiden inmenging of van onge-
? oorloofden dwang. Ieder armverzorger, die meer dan g
twee jaren praktijk heeft, zal deze meening bevestigen. E
Van de gronden, waarop de wet de tijdelijk­gesteunden
zou omvatten en de blijvend­gesteunden zou uitsluiten,
blijft dus zeer weinig over.
En nu nog de derde verkeerde gedachte, dat het
Z mogelijk zou zijn een juiste eerlijke grenslijn te trekken
e tusschen beide categoriën van ondersteunden. De onder-
, teekenaars der Memorie gevoelen iets van het klem-
` mende van dit bezwaar. Zij schrijven: ,,De grens zal _
Ii hier in de praktijk niet altijd even gemakkelijk zijn
_ te trekken". Maar het trekken dier grens is niet slechts
niet gema/clcelzj/c, zelfs niet alleen hoogst moeilzjic -
het trekken dier grens is onmogelijk.
5 Zal men eene aanwijzing vinden in het bedrag of
Z in den duur der ondersteuning? Zoo dit laatste het
geval mocht zijn, hoe lang zal deze duur dan worden
i bepaald, en zal de duur van verschillende termijnen,
i samengeteld, even lang mogen zijn, als die van één
onafgebroken termijn? Zal b.v. de man, die het laatste
jaar geregeld hulp genoot, moeten achterstaan bij hem,
die gedurende vier jaren de drie wintermaanden werd
j doorgeholpen? Zal eene instelling, door b.v. vier malen
per jaar een gift van f 26 te schenken, den arme zijn
ouderdomsrente sparen, welke verloren zou gaan, als
hij elke week f 2. had ontvangen ? Het zijn alle vragen, l
waarop het ontwerp geen antwoord geeft en waarop
‘ trouwens geen antwoord te geven is. Elke bepaling