HomeHet ontwerp-Ouderdomswet van 6 Februari 1914Pagina 13

JPEG (Deze pagina), 843.56 KB

TIFF (Deze pagina), 7.46 MB

PDF (Volledig document), 35.10 MB

11
Is met het bovenstaande voldoende aangetoond dat
de nieuwe staatszorg werkelijk gewone armenzorg
zal zijn, gevraagd mag worden op welken grond
deze zorg ,,slecht­geregeld" mocht worden genoemd.
Hierbij zij allereerst gewezen op de bepalingen om-
trent het domicilie van onderstand in de Artt. 16 en 21.
Erkend zij, waar de wet aan de gemeenten een onder-
standsplicht oplegt, dat voor eene regeling omtrent het
onderstands­domicilie iets te zeggen is. Maar ieder, die
weet tot hoeveel geschrijf enggewrijf, ook tot hoeveel
kleinzielige afschuivingspogingen dergelijke regeling
aanleiding gaf, zal zeker niet naar een herhaling ver-
langen. Gewezen zij hierbij op de scherpe uiting van
den Minister van Binnenlandsche Zaken, vermeld op
bladz. 9 van het verslag omtrent de behandeling der
Armenwet. Gevraagd mag worden, waar het Rijk toch
eigenlijk de kosten draagt en de Gemeenten dus slechts
de gelden voorschieten, of niet kon worden volstaan
met de eenvoudige regeling van Art. 38 en Art. 40
der Armenwet.
De thans ontworpen regeling schijnt nog ingewik-
kelder, dan die in Art. 39 der Armenwet is voorge-
schreven omtrent de betaling der kosten voor de ver-
pleging van arme krankzinnigen.
Bij de toekenning van het cpizfhezfon ,,slecht geregeld"
werd echter voornamelijk gedacht aan de allerzonder­
lingste bepaling omtrent de uitsluiting van hen, die
gedurende de laatste 5 jaren door instellingen van
weldadigheid werden ondersteund, eene bepaling, die,
blijkens hare opneming in den considerans en in Art. 1,
een der hoeksteenen vormt der ontworpen regeling.
De gronden voor deze uitsluiting, in de Memorie van
toelichting aangevoerd, zijn te merkwaardig om hen
den lezer van dit geschrift te onthouden. Men vindt
hen op bladz. 6 der Memorie van toelichting.
,,Voor zoover nu de ouderdomsrente ook aan be- l
deelden zou worden toegekend, zou dit tengevolge