HomeOpwekking der mogendheden, ter heirvaart naar ParijsPagina 37

JPEG (Deze pagina), 552.54 KB

TIFF (Deze pagina), 6.31 MB

PDF (Volledig document), 23.63 MB

ï
t l
l ir E
I Zijn broedren, even zoo met wrevel in de borst, _ )
y Het Jacobijuendom, had d’ eigen’ gloriedorst;
I
Het sloeg bij voorkeur neèr, wat hoog was opgeschoten;
Zijn bijl dronk gaarn het bloed van Edeleu en Grooten.
Het hooge treurtooneel , ’t Parijsche strafscliavot,
Moest doorgesneên doen zien ee11’ Koninklijken strot 5
En uit de druppelen, Wraak schreijende ouder ’t vloeijen,
En uit meer Vorstlijk bloed, dat de aarde zou besproeijen,
Moest vri`heid s ruiten en verkwikken Land bi` Land·
J P 2 J 2 p
Een vrijheid, nooit aanschouwd , een Jacobijnsche plant!
Maar de opgeschoten spruit was planter waard’ en zaaijer,
z
En vond noch oo enlust noch arbeid van den maai er· ;
S 2 J 2 je
ë
Het werd een distelkruid, verwondende deu voet,
Wel waardig uitgerukt, tot spijzing van den gloed.
‘ , l
Slechts uit al d’ arbeid, en om d’ ouden tronk te wreken,
Zag de aarde een’ wouderboom het hoofd teu hemel steken,
I
Al ’t Land verdoukrende en belettende den bloei· l
J 7 j
’ Opzwelgende in zich zelv’ de kracht van allen groei,
Tot wi t van kruin dien reus zi`u eieren raf deed delven,
S I J S S j
Y
Verplettrende in zijn’ val den kop zijns planters zelven. ‘,
v
Zietdaar de vruchten dan als misrewas betrcurd"
7 `O 7
5 l