HomeOpwekking der mogendheden, ter heirvaart naar ParijsPagina 35

JPEG (Deze pagina), 524.65 KB

TIFF (Deze pagina), 6.33 MB

PDF (Volledig document), 23.63 MB

l
i
[
. 15 i
i
Der Vorsten troon zoo min als Peters heilgen stoel. 2
Ze ontzag, als haar ’t vergif was hoog in ’t brein geschoten,
J, Ook de outeraseh zelfs niet, waaruit zij was gesproten;
En schoot met eenen sprong, verraderlijk gerigt ,
De Godheid, daar gediend, vijandig in ’t gezigt. V
­ Ja, ’t kroost van Loyola had, bij den. aard der slangen,
Haar Wisselende huid vol kleuren omgehangen;
Haar buigzaamheid geleerd; nn kruipende in het stof,
Bij ’t laagst gemeen, en dan i11 ’t dak van ’s Konings Hof`; j
"t Deed nu den Rijksmonarch een’ ijzren schepter voeren,
En blies dan in ’s volks geest, en deed die zee zich roeren;
’t Stond voor altaar en troon vol vuurs in heilgen dos,
i En sneed met _muitren zaam gewijde banden los;
Het trapte op ’t hart des volks, tot op het punt van sneven;

Het heeft het boven magt der Wetten opgeheven;
Verwarring en gewoel was zijn belang, zijn lust;
Niets wekte zoo zijn woede en afkeer, dan de rust.
Denk, Home! niet, dat ik, verachtende die bende,
Uw hoog altaar, ontzien door de eeuwen, roekloos schende; ­
i