HomeOpwekking der mogendheden, ter heirvaart naar ParijsPagina 34

JPEG (Deze pagina), 580.83 KB

TIFF (Deze pagina), 6.33 MB

PDF (Volledig document), 23.63 MB

FV/H H
ii"
lj il
14
j M
il I.
Naar ’t tempelkoor van schrik gezweept door d’outertolk;
’ . . .
_» Maar uit de hoogste Liefde in heldere eeuw geboren;
· Wiens Sticliter ’t woord van liefde aan alle volk deed hooren,
ju · Teelde een gebroedsel, dat in boosdoen de eeuwen tart;
5 ’t Heeft Jezus naam op ’t hoofd, den duivel in het hart.
ix
ti .. . . .
zg, Deed oudtijds Priesterlist, van achter heilge altaren, _
` ·l
Aan ’t ligtgetrooste volk een slang zich openbaren,
R Die bij de pestwoede een genezend God zou zijn,
Hier schoot een ternpelslang hervoort, geheel venijn.
ii ,
` Wat Landen heeft zij met haar’ zwadder niet bespogen! <
al j
Wat Volken heeft zij niet bedwelmd door vonklende oogen!
ik H ‘ Wat Rijken heeft zij niet gegeeseld met haar’ staart!
Hoe kneuzend sloeg zij niet haar wrongen om heel de aard’!
En hoe verfoeid , verjaagd, gekorven in haar leden, ]
1 l .. A .
‘ Zij kromp weer zaam, was haar verdelging steeds ontgleden. j
Dit bastaardbroedsel van de Godsdienst, en het slijk
* Der templen, koos Parijs ter allerlaatste wijk;
Yi Een krocht, waar ’t haar vergif, verslapt, op nieuws mogt kweeken,
'j En spuiten ’t rond van daar naar alle wereldstreken. ]
G, Voor haar was niets, hoe hoog, een onbereikbaar doel; 1
ii
, ir
I ·l
te
2
li ’
l
gl
l‘·L ,.., i t
‘§LLn,.......ro_n‘r,,,..,,o,,a,`nna tt, r