HomeOpwekking der mogendheden, ter heirvaart naar ParijsPagina 26

JPEG (Deze pagina), 531.91 KB

TIFF (Deze pagina), 6.32 MB

PDF (Volledig document), 23.63 MB

2 K
Gi, 6 a

V En was, om ’t geen zij droeg, den vreemden wellek0m•
` 2
Q Nog naauw had aan dien stroom een Bard zijn lied gezongen,
F ;
Of ’t rolde door Euro e o duizenden van ion en' ik
j. P P > in
.. r
En ’t kwelende Parijs sleepte, aan fluvveelen hand, g
,= t
li .. A . .
jg Een volk van ijzer mee, in een’ onzigtbren band.
{ii
a
( j ‘
Daar was het waarheid dan, dat tijgers zelfs en leeuwen, X
ii Zich schamende hunn’ aard, geboorte en heesche schreeuwen,
ij; Zich vlijden naar de maat der welgestemde lier,
Q En kregen menschlijk hart, al bleef de vorm van diem
( ‘ !
:° ëï
li , ` c
Ai ï
M l"k d l d' M ··# l d l
i. aar zoo, ge 1j an ooi 16 geurge eigen an en, ë
Waar zicl1 Natuur deed zien met overmilde handen,
X f En schiep in donkren nacht, verborgen voor het oog,
Gesteent’ vol kleuren, als des hemels regenboog;
Ja, vol van innig licht en eigen kracht in ’t pralen,
Vervangende wel schier den glans der zonnestralen ;
Gelijk dan in dat oord, door ’t zelfde al-telend vuur, V
In kracht, gebaard is al ’t ontzettendst der Natuur; _
li
j Die monsters, even zoo verbazend in hun woeden,

éi
i ·
_ V 1
if ,_ jj jj j g M .,t.