HomeOpwekking der mogendheden, ter heirvaart naar ParijsPagina 22

JPEG (Deze pagina), 545.41 KB

TIFF (Deze pagina), 6.32 MB

PDF (Volledig document), 23.63 MB

il
2 ·t
'a 2
·
· ' In ’t nadren rijz’ de roep: Ziedaar, ziedaar de stad,
Voor ’t strafzwaard overrijp, om ’t kwaad, dat zij bevat.
! ;
l f .. .. .
ll Noch dweeperij, noch wrok spoort mij tot heirvaart Preke u;
' I
Geen leed, mij aangedaan, smeekt u. dat leed te wreken;
2 E Neen, op liet vaandel, ’t welk uw voorste spits geleidt,
g Moet pralen ’t grootseli blazoen: Voor ’tl1eil der menschlijkheid.
X Vverd Salems hooge muur, om de ongeregtiglieden _
Dier stad, door Heidendom en Christen plat getreden;
s
J Stond de Aadlaar van Jupijn, zoowel als Jezus Kruis,
H" i .. .
j Ten blijk van liooger straf, op haar vermorzeld gru1s;
l Z Had Bome’s Kapitool daar d' ondergang der Joden;
Haar Vatikaan ’t verderf des Muzelmans geboden;
Verliefte nooit de Wraak zoo menigwerf haar stem,
Dan tegen ’t eens van God geliefd Jeruzalem;
jl j Zag geene, zoo als zij, die drommen van soldaten,
Uit elken windenlioek, als geesels losgelaten,
j Haar’ muur omstermeu, en vermoorden ’t nieuw geslacht,
`Uit een, nog pas verdelgd, in rampen voortgebragt, ­-­
[ Wat gruwlijk kwaad deed haar te regt die straf bezurenä
i
_­,. e e .i.. n.-.e_er ‘ e