HomeDe ontworpen nieuwe grondwet, zooals luidende na de thans vastgestelde voorstellen, Augustus 1887, met aanwijzing der artikelen Pagina 27

JPEG (Deze pagina), 639.22 KB

TIFF (Deze pagina), 3.65 MB

PDF (Volledig document), 23.62 MB

i
ONTVVORPEN NIEUWVE GRONDYVET. 25
wm ELFDE HOOFDSTUK.
d VAN VERANDERINGEN.
7 ­
D
911 Art. *194: (oud 196). Elk voorstel tot verandering in de Grondwet
ïäiä wijst de voorgestelde verandering uitdrukkelijk aan. De wet verklaart,
dat er grond bestaat, om het voorstel, zoo als zü het vaststelt, in over-
L59 weging te nemen.
*195 (oud 197). Na de afkondiging dezer wet worden de Kamers
{@11 ontbonden. De nieuwe Kamers overwegen dat voorstel en kunnen niet
dan met twee derden der uitgebragte stemmen de aan haar over-
eenkomstig voornoemde wet voorgestelde verandering aannemen.
*196 (oud 198). Gedurende een Begentsehap kan in de troonop-
volging geene verandering worden gebragt.
het *197 (oud 199). De veranderingen in de Grondwet. door den Ko-
or- ning en de Staten-Generaal vastgesteld, worden plegtig afgekondigd
en bg de Grondwet gevoegd.
er-
be­ ADDITIONEELE ARTIKELEN.
Gr. Art. I. Alle bestaande autoriteiten blüven voortduren, tot dat zg
ms door andere, volgens deze Grondwet, zün vervangen.
Gm II. Alle op het oogenblik der afkondiging van de veranderingen
bg- in de Grondwet verbindende wetten, reglementen en besluiten wor-
Km den gehandhaafd, tot dat zg achtervolgens door andere worden ver-
1,1)- VH.HgGI1.
ye- III. De heerlijke regten betreffende voordragt of aanstelling van
personen tot openbare betrekkingen zijn afgeschaft.
bg- De opheffing der overige heerlüke regten en de schadeloosstelling
ML der eigenaren kunnen door de wet worden vastgesteld en geregeld.
grs IV. Art. 151 der Grondwet is niet toepasselük ten aanzien van
ij]; aa1·dhaling, ingeval de specie wordt genomen van gronden, waarop de
verpligting tot levering tegen of zonder vergoeding, krachtens ge-
woonte of verordening, zoowel als uit anderen hoofde, in 1886 rustte.
V. Het eerste lid van art. 152 der Grondwet blüft buiten toepas-
sing tot dat de wettelüke regeling omtrent de gevallen, waarin geene
schadeloosstelling in geval van vernietiging of voortdurende of tijde-
‘an lijke onbruikbaarmaking van eigendom verleend wordt, zalzijn in wer-
king getreden.
ng VJ VI. Behoudens het regt des Konings om de Kamers der Staten-
Generaal of eene van die Kamers te ontbinden, blüven de beide Ka-
iar mers, zoo als die op het tüdstip der afkondiging van de wetten, hou-
dende veranderingen in de Grondwet, zün zamengesteld. bestaan tot
id, op den dag der opening der nieuwe Kamers. Zijn vóór dien dag ver-
eft, kiezingen noodig ter vervulling van plaatsen, die door ontslag, over-
les lijden of om eene andere reden openvallen, dan geschieden deze over-
° eenkomstig de op den dag der genoemde afkondiging bestaande bo-
are palingen. De Koning bepaalt het tgdstip der opening van de nieuwe
en. Kamers, zoo kort mogelijk na de verkiezingen in art. IX bedoeld
in- VII. Met afwgking van bovenstaand art. II worden in de (kies)wet
Lo- van 4 Julg 1850 (Staatsblad no. 37), tot dat de wet daaromtrent nader
rig zal hebben beschikt, de volgende veranderingen gebragt:
Art. 1 wordt gelezen als volgt: