HomeDe ontworpen nieuwe grondwet, zooals luidende na de thans vastgestelde voorstellen, Augustus 1887, met aanwijzing der artikelen Pagina 26

JPEG (Deze pagina), 633.40 KB

TIFF (Deze pagina), 3.65 MB

PDF (Volledig document), 23.62 MB

.,.-..4.«»­¤­­..Q.»»fLL.­L.«.»»;...«aeL.»»L«•·»•¤»­ .,....r.,, _ { 1.. l .-`.
i
‘ 24; ONTWOBPEN NIEUXVE GnoN1>wE'r.

bepaalt de wüze waarop en de gevallen waarin zulks geschieden kan
., en regelt de gevolgen.
J Bp die regeling kan worden bepaald, dat de grondwettelijke bevoegd-
V heden van het burgerlük gezag ten opzigte van de openbare orde en
jj de politie geheel of ten deele op het militair gezag overgaan, en dat
de burgerlijke overheden aan de militaire ondergeschikt worden.
Daarbü kan wüders afgeweken worden van de artt. 7, 9, 158 en 159
, der Grondwet.
‘ Voor het geval van oorlog kan ook van art. 156, 1ste lid, worden
afgeweken.
E NEGENDE HOOFDSTUK.
VAN DEN WATERSTAAT.
E Art. 188. De wet geeft regels omtrent het waterstaatsbestuur, het
ëi oppcrtoezigt en toezigt daaronder begrepen, met inachtneming der voor-
, schriften in de volgende artikelen van dit hoofdstuk vervat.
189. De Koning heeft het oppertoezigt over alles wat den water-
I, staat betreft, zonder onderscheid of de kosten daarvan worden be-
taald uit ’s Rüks kas of op eene andere wüze gevonden.
ë 190. De Staten der provinciën hebben het toezigt op alle water-
, staatswerken, waterschappen, veenschappen en veenpolders. Nogtans
ll kan de wet het toezigt over bepaalde werken aan anderen opdragen.
i De Staten zgn bevoegd, met goedkeuring des Konings, i11 de be-
‘ staande inrigtingen en reglementen der waterschappen, veenschappen
en veenpolders veranderingen te maken, waterschappen, veensehap­
, pen en veenpolders op te heffen, nieuwe op te rigten en nieuwe re-
Q glementen voor zoodanige instellingen vast te stellen.
á Tot verandering van de inrigtingen of reglementen kunnen de be-
" sturen van die instellingen voorstellen aan de Staten der provincie doen.
P 191. De besturen van waterschappen, veenschappen en veenpolders
l kunnen volgens regels, door de wet te stellen, in het huishoudelijk
' ` belang van die instellingen verordeningen maken.
TIENDE HOOFDSTUK.

Q VAN HET ONDERYVIJS EN HET` A1ï.lIBESTUUR.

Art. *192 (oud 194). Het openbaar onderwüs is een voorwerp van
.; de aanhoudende zorg der Regering.
g De inrigting van het openbaar onderwijs wordt, met eerbiediging W
Y ë` van ieders godsdienstige begrippen, door de wet geregeld.
ä Er wordt overal in het ltük van overheidswege voldoend openbaar
lager onderwijs gegeven.
. Het geven van onderwüs is vrü, behoudens het toezigt der overheid,
T; en bovendien, voor Zoover het middelbaar en lager onderwijs betreft,
behoudens het onderzoek naar de bekwaamheid en zedelijkheid des
. onderwüzers; het een en ander door de wet te regelen. °
, De Koning doet van den staat der hooge-, middelbare en lagere
scholen jaarlüks een uitvoerig verslag aan de Staten­Generaal geven.
*193 (0mZ1.95). Het armbestuur is een onderwerp van aanhou-
_, dende zorg der Regering, en wordt door de wet geregeld. De Ko-
‘· ning doet van de verrigtingen dienaangaande jaarltjks een uitvoerig
verslag aan de Staten-Generaal geven.