HomeOver: De autonomie der gemeente in NederlandPagina 6

JPEG (Deze pagina), 767.68 KB

TIFF (Deze pagina), 7.08 MB

PDF (Volledig document), 20.29 MB

l

De twee volgende hoofdstukken zijn inderdaad slechts aan
één tijdvak gewijd. Twee tijdvakken onzer politieke geschie· a
j denis, één tijdvak der geschiedenis van onze gemeentelijke
autonomie.
Ook voor den toestand der gemeenten bragt de groote be- .
weging van het einde der vorige eeuw een volslagen omkeer. A
Bezaten de steden vroeger almagt , de staatsregeling van 1798
ontnam haar alle magt zelfs over eigen huishouding, en deed
de gemeenten afdalen tot enkel werktuigen van het algemeen
gouvernement. Wel poogde de staatsregeling van 1801 aan de
gemeente de plaats te geven die haar in den Staat toekomt,
maar hoe het daartoe benoodigd personeel te vinden, in die
in ontbinding verkeerende maatschappij, het geslacht van de
vorige orde van zaken? t
i Na deze overgangen brak het tijdperk van het Napoleon-
tisch stelsel aan. Vóór 1813 vertoont het zich open en opregt,
na 1813 bleef het zich handhaven onder den schijn der bij
de Grondwet toegekende vrijheid. De praktijk en de grond-
wettige vrijheid toch waren in volkomen strijd, daar de
gemeente inderdaad bestuurd werd door het Gouvernement.
Eene tegenstrijdiglieid welke slechts zoolang stand houden
kon ten gevolge der gebrekkige zainenstelling en inrigting der
gemeentebesturen, bij reglementen en besluiten van het centraal
gezag.
j Slechts van één punt, den Staat, straalt in dit tijdvak
F licht en leven. Maar ook slechts daar vindt men inspanning,
j veerkracht, pligtbesef, verantwoordelijkheid, het een meer
het ander minder. Miskenning van het levensbeginsel der
g deelen deed overal buiten den Staat eigen leven en ontwik-
keling ontberen.
j Beide tijdvakken stemmen hierin overeen, dat het juist
inzigt omtrent de stelling der gemeente in den Staat ontbrak.
¤ Zij verschillen op hunne beurt omtrent de plaats en werk-
l kring aan de gemeente aan te wijzen. Leed de stad onder de
oude Republiek aan overvloed van magt; in het tweede tijdvak
‘ kwijnde de gemeente onder magts­armoede. Ging in het eerste
i onder de stedelijke almagt de eenheid te loor; in het tweede

[ .