HomeOver: De autonomie der gemeente in NederlandPagina 21

JPEG (Deze pagina), 784.41 KB

TIFF (Deze pagina), 7.28 MB

PDF (Volledig document), 20.29 MB

l
l
1,9. j j
.1 G
Daarbuiten reikt de bevoegdheid van het gemeentebestuur
niet. Daar komt de regering toe aan ander gezag. Waar andere
gemeenten, het Rijk, de provincie, belang hebben, is de r
plaatselijke regering uitgesloten. In dezen geest gebiedt de
wet dat de besluiten der gemeentebesturen, waaronder alles te
verstaan· is, niet treden in hetgeen is van Rijks- en provin­ l
ciaal belang. En worden zaken , welke niet met de plaatselijke j
gesteldheid zamenhangen, door de wet geregeld, gelijk b. v. j
art. 205= der wet de uitgaven regelt, welke in elke gemeente DX
j worden gevorderd. Hoogte en bestedingdezer uitgaven mogen
i naar de bijzondere behoeften verschillen. De uitgaven zelve l
j zijn overal noodig, vallen buiten den kring der bijzondere 1
. behoeften en~ worden dus gebeden door de wet. l
H
Verkeerde centralisatie wijt schrijver hier niet aan de
j wet. Eenig en alleen echter omdat hij aan de wet een gansch j
2 ander stelsel, dan het hare, toesclirijft. Dit stelselomtreut `
de bevoegdheid der gemeentebesturen, miskent niet minder
de eenheid, dan hetgeen de schrijver ten opzigte der zamen- j
stelling en inrigting als zijn gevoelen ontwikkelde.
Veer zooverre de schrijver deze vraag aanroert, -­hij be-
handelt de wetgevende bevoegdheid der gemeentebestu-
ren ,. - vindt men hem ook hier worstelend met zijn geloof
aan de onafhankelijkheid ders gemeenten. Het schijnt zelfs
de grond te zijn waarop hij de iwetgevende magt der gemeente-
besturen doet rusten, wanneer hij zegt: (2) /»Ware hun die
ubevoegdheid niet gegeven, dan zou- hunne zelfstandigheid
neen ijdele klank zijn. Uit het voeren van een eigen bestuur
z/volgt als van zelf` het geven van regelen.../r Het zijn dus,
volgens hem, niet de- regten aan de gemeente toegekend
~ welke hare zelfstandigheid uitmaken, maar die rcgten vloeijexr j
voort uit hare zelfstandiglieid.
Doch ook waar hij het gebied der wetgevende bevoegdheid
teekent, komt de invloed dezer geliefkoosde gedachte voor
den dag. Welk is dit gebied volgens den schrijver? j
.<­­­-­-­- 3
(1) v. Hxausnn , M. 113 -L2-1.
(2) v. llncsnn, bl. H3., j
l
l l
l