HomeOver: De autonomie der gemeente in NederlandPagina 14

JPEG (Deze pagina), 771.02 KB

TIFF (Deze pagina), 7.06 MB

PDF (Volledig document), 20.29 MB

12
hij antwoordt: «»Huldigde (1) de gemeentewet het stelsel
zmiet om rijksuitgaven op de gemeenten te leggen, waar- j
uschijnlijk ware deze magt niet aan Gedeputeerde Staten s
uverleend.»,
Zoo incidenteel regelt de gemeentewet niet. Niemand zal
j ontkennen dat de uverpligtev uitgaven, welke art. 205
t opneemt, in elke gemeente moeten geschieden. Dat zij overal
t moeten gedaan worden, van de plaatselijke gesteldheid niet
afhangen, en dus niet behooren tot den kring, waarin een
bijzonder plaatselijk bestuur reden heeft van bestaan. De vt
l wet kon en moest ze dus regelen.
De magt van Gedeputeerde Staten om de begroeting te ii
wijzigen is dus geen andere dan om de door de wet gebodene I
uitgaven op de begroeting te doen verschijnen. Zij strekt
zich niet uit tot de gemeentehuishouding tot de zaken van
l zuiver huishoudelijk belang. »_
Ten derde, ter verzekering van een goed beheer der ‘
gemeente­nantiën. De omvang van het regt der Gedepu- ‘ A
teerde Staten wordt bepaald door het beginsel waarop het à
rust. Een toezigt in het belang van evenwigt tusschen ont·
vangsten en uitgaven. Daarom goedkeuring, niet opmaking j
der begroeting, goed- of afkeuring en bloc, niet van elken i
post, daar het niet elke uitgave, maar het ünantieel beheer
in zijn geheel geldt.
Dit toezigt op het tinantieel beheer wordt geregtvaardigd
door het Rijksbelang. Het gemeentebestuur mag niet door
uitgaven boven de inkomsten het bestaan en de toekomst der ‘
~ gemeente in gevaar brengen. Bij de instandhouding der .
j gemeenten heeft het Rijk het grootste belang. i
Op de begroeting der eigenlijk gezegde huishoudelijke uit-
j gaven heeft hooger gezag slechts toezigt in het fiuantieel
belang der gemeenten. Het is geen middel om elk besluit aan
j goedkeuring van hooger gezag te onderwerpen , gelijk schrijvers
aarzelend oordeel schijnt mede te brengen ; trouwens een weinig p
afdeend middel, vooreerst wijl het alleen de besluiten treffen .
i zoude die tot inkomsten of uitgaven leiden, ten andere
(4) v. Harvsnn, bl. 144.