HomeOver: De autonomie der gemeente in NederlandPagina 13

JPEG (Deze pagina), 699.60 KB

TIFF (Deze pagina), 7.11 MB

PDF (Volledig document), 20.29 MB

( 11
uteerde Staten bi_j magte waren, uitgaven, volgens hun j
l ninzien in het belang der gemeente noodig, krachtens
. aart. 212 op de begroeting te brengen;/z
Eene uitdrukking van den minister van Binnenlandsche
Zaken moet ook schrijvers gevoelen staven. uläij (1) de i
1 zzdiscussie zeide de minister dat Gedeputeerde Staten van
«/de hun gegeven bevoegdheid alleen gebruik kunnen maken j
j zn/wanneer het gemeentebestuur de belangen der gemeentelijke
zn/huishouding verwaarloozende, de kosten weigert aan te
,,3 11 1/Vfagëriynz
Dus, is schrijvers redenering, Gedeputeerde Staten zijn i
( bevoegd zoodra het gemeentebestuur de gemeentebelangen I
j verwaarloost.
( De minister gaf echter (2), schrijver ziet dit voorbij, i
antwoord op de vraag, of de verpligzfe uitgaven in elk (
geval op elke begroeting moesten verschijnen. Ook dan b.v.
wanneer voor de behoefte reeds door uitgaven in vorige
dienstjaren was zorg gedragen. Daarop antwoordt de minister
i neen, alleen wanneer het gemeentebestuur de belangen der
gemeentehuisbouding verwaarloost. Het was dus niet de vraag, W
_` welke de bevoegdheid van Gedeputeerde Staten was in het S
§ algemeen, maar hoe ten aanzien der door de wet gebodene
uitgaven. ­
De inagt om in de uhuishoudelijke zakenu te dringen is
j dus juist aan Gedeputeerde Staten onthouden, en de aan-
j eenschakeling van beschuldigingen waarmede § 9 sluit, 3
j rust op een droombeeld. Gedeputeerde Staten kunnen niet
z/hun wil aan den Raad opdringen ,«z het is niet juist zzdat
j nzelfs in huishoudelijke zaken eene hoogere magt in de plaats
I/der gemeentebesturen treden, voor hen beschikken en zich l
l ndeel in de gemeentehuishouding toeëigenen kan.v
j Van waar deze bepaling in de wet, vraagt schrijver, en l
(1) v. Hnusina, bl. 142. t
j (2) Fruiiscnnu, bl. 417.
j (3) v. Hanson, bl. 143 en 144.
1 (4) v. llnusnn, bl. 143. (
1
l

l
1