HomeOver: De autonomie der gemeente in NederlandPagina 12

JPEG (Deze pagina), 762.60 KB

TIFF (Deze pagina), 7.11 MB

PDF (Volledig document), 20.29 MB

j 10
l l
allet was,a zegt hij, ade bedoeling des wetgevers dat
aart. 2].2 in huishoudelijke zaken toegepast zou worden.a (1) l
A En hij haalt eene zinsnede der Memorie van Antwoord aan ·
J de Eerste Kamer aan, welke in haar geheel gelezen juist
j het tegenovergestelde van hetgeen de schrijver bewijzen wil,
duidelijk maakt. Men leze: aWelnu het blijkt hun, bij j,
aonderzoek eener begroeting, dat daarop eenige der bij de
awet gebodene posten ontbreken. De Raad heeft de registers
avan den burgerlijken stand, het onderhoud der straten,
j abruggen, vaarten, dat der brandweer, of opeischhare gemeente-
ï asehulden weggelaten. Wat hebben Gedeputeerde Staten te
adoen?‘ Zij zullen den Raad op het verzuim opmerkzaam
E amaken, en herstel vragen. Meent hij uitgaven, welke de
aStaten wettig en noodig verklaren, niet op de begroeting j
1 ate moeten brengen, omdat hij ze noch door de wet geboden
* anoch noodig acht, hij kan tegen hun bevel, voorziening
j avragen bij den Koning. Doet hij dit niet, of wordt hij bij
akoninklijke uitspraak in het ongelijk gesteld, en weigert
ahij evenwel op de begroeting te brengen hetgeen er volgens A
ade wet op behoort, Gedeputeerde Staten zullen doen, het-
ageen hij moest hebben gedaanw _,
Bovendien treft men nog de volgende zinsnede in de
Memorie van Antwoord aan de Tweede Kamer:
aDe (3) laatste woorden van het artikel, a//of in het i
j 1///belang der gemeente noedig,a a zijn op het voorbeeld van
aart. 107 der provinciale wet, daarbij gevoegd. Zij worden l
aevenwel hier beter gemist. In den aanhef van het artikel
ë ais reeds voorgeschreven, dat de begroeting alle uitgaven
ader gemeente, van welken aard eek, moet vermelden. Of j
aeene uitgaaf, buiten die, welke de wet aan de gemeente
j aoplegt, in haar belang noodig zij, staat bij den Raad te l
abceerdeelen. Bleven die woerden in het artikel, bestemd j
j aem de verpligte uitgaven op te tellen, behouden, er zou j
{ ahet misverstand uit kunnen voorts pruiten, als of Gedepu·
­-··-ï­­-· l
i (1) v. Hansen, b1. 141.
(2) Fnascnim, bl. 404 en 405. j
(3) Fizaiccimn, bl. 402 en 403. ;
l
E
< 1
i l
l ä