HomeOver: De autonomie der gemeente in NederlandPagina 11

JPEG (Deze pagina), 740.29 KB

TIFF (Deze pagina), 7.15 MB

PDF (Volledig document), 20.29 MB

Y Ii, Y rwinr dvi Y- in W-_ Di-Y"~`?wYM"" v’v .,:§""’ '*""‘­“ "' "T*ï·:11`""¤!!·rv7jr·Y· ~v«?$:g= `­<v-?`­.,, 7_Tv_;_$_`_€`L mu"
i
9
en 212. Hieruit volgt: 10 dat Gedeputeerde Staten de
begroeting niet kunnen wijzigen naar eigen oordeel, maar
op grond der wet, zoodat willekeur uitgesloten is; 20 dat
de begroeting ten aanzien der eigenlijk gezegde huishouding
der gemeenten door Gedeputeerde Staten niet kan worden
gewijzigd.
Toch klaagt de schrijver op bittere wijze over de groote j
magt van Gedeputeerde Staten, die zich naar goedvinden, J
in de gemeentehuishouding kunnen mengen. Deze volstrekt
·. onjuiste meening wordt aan allerlei verkeerd begrepen zaken
l vastgemaakt. j
ij Op de bepalingen der wet kan hij zich niet beroepen, j
jj hij beroept zich dus op de praktijk. Gedeputeerde Staten l
van Groningen hebben zich wel in de gemeentehuishouding
*1 van Delfzijl gestoken. Zij hebben kosten van straatverlich­ j
jj ting op de begroeting dezer gemeente gebragt. Gesteld
Gedeputeerde Staten waren buiten de uitgaven gegaan j
jl welke de wet op de begroeting gebiedt te brengen, het zoude
lj nog niets anders bewijzen dan dat zij de wet overtreden
ïl hadden, dus vóor de wet. Maar zij zijn niet buiten die D
ll uitgaven en de artt. 205 en 212 gegaan. Zij hebben uitga-
ven voor straatverlichting op de begroeting van Delfzijl
gebragt niet omdat deze uitgave naar hun oordeel noodig
was, maar als geboden door art. 205 al. Zcler wet. En
hunne uitlegging is volkomen juist. Kosten voor straatver-
lichting behooren tot de uitgaven in al. Zgenoemd voor de Q
veiligheid en bruikbaarheid der wegen. Want waarvoor ge- J
schiedt de verlichting anders? Regering en Vertegenwoor-
diging beiden waren van deze meening, zoodat alleen hierom
bij het ontwerp van art. 205 al. Z door de Regering werd l
gevoegd: vin den omvang bij de 9d° zinsnede van art. 179 §
aangeduide (1) j
Vervolgens beroept schrijver zich op de bedoeling den
wetgevers. Een weinig gevaarlijke bedoeling, bij de heldere
geenerlei twijfel latende bepaling van artt. 205 en 212. i
{1) Fn.x1<<·1¤~;N, bl. 402, -103. j
1