HomeDe Provinciale Staten, loten van het oude kiesstelsel en de GemeentewetPagina 8

JPEG (Deze pagina), 706.56 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 27.00 MB

I.

Q ld
ten der Provincie mede te deelen, ten einde hen daarop
in gevolge art. 138 der Grondwet te hooren. »
De vermelding van dit art. der Grondwet duidt de be-
doeling der toezending van dit wetsontwerp genoegzaam
aan : De Minister wenseht gevolg te geven aan ’t voor-
schrift van art. V. § 2. laatste gedeelte der Additioneele
artikelen. Alvorens daartoe over te gaan, moeten de Pro- i
vinciale Staten, bedoeld bn art. 138 der Grondwet, ge-
hoord worden op de Gemeentewet in datzelfde art. genoemd.
Dit is het zuivere grondwettige terrein waarop de Minister
van Binnenlandsche Zaken zich plaatst, van waar hn de
Provinciale Staten uitnoodigt zich te doen hooren op het
ministerieele wetsontwerp. Doch art. 138 der Grondwet
is niet alleen het ministerieel standpunt, het is immers ook
het eenige grondwettige terrein van waar de Provinciale
Staten zich mogen doen hooren, van waar zn hun advies
Y mogen uitbrengen, zal daaraan eenig grondwettig gevolg
` gegeven worden als bedoeld bn meergemeld art. 138?
Als lid der Provinciale Staten mzu1«1¢HO11aud hebben
wn ons al dadelnk afgevraagd : zgn de in art. 138 be-
doelde e11 bevoegde Provinciale-Staten? zoo niet, znn wg Y
dan toch, op grond van eenig ander grondwettig voor-
1 schrift, bevoegd, gehoord te worden, met dien verstande,
namelnk, dat door het uitgebragt advies, zoowel aan de
letter als aan den geest van art. 138 is voldaan en den
wetgever geregtigd kan geacht worden het ontwerp van
Gemeentewet te ontvangen en in overweging te nemen?
Het resultaat van ons onderzoek bieden wn in de volgende
bladzijden aan.
Doch welligt vraagt men, waartoe deze vragen thans
opgeworpen en vroeger niet openlnk besproken?
F
Q
K _ 4