HomeDe Provinciale Staten, loten van het oude kiesstelsel en de GemeentewetPagina 22

JPEG (Deze pagina), 696.49 KB

TIFF (Deze pagina), 7.03 MB

PDF (Volledig document), 27.00 MB

gi
i ä
j J
20
Zien wij nu hoe laag de vertegenwoordiging in ’t oor-
‘ deel van het homogeen ministerie stond aangeschreven,
hetwelk den 20“°“ Junij 1848 de Ontwerpen van wet tot
herziening der Grondwet voordroeg en later, meer nog
door kracht van vrees dan van argumenten doordreef bij de
Tweede, Eerste en Dubbele Kamers. De hardste slagen
troffen schünbaar de toenmalige volksvertegenwoordiging,
werd fictief en eene onwaarheid genoemd, doch men
` vergete niet dat de volksvertegenwoordiging slechts de
j laatste schakel vormde in de keten der vertegenwoordi-
ging. Ook toen bestond er eenheid in het kiesstelsel. De
volksvertegenwoordiging was een onmiddellijk uitvloeisel
der Provinciale vertegenwoordiging. Wie de eerste een
logen noemde, oordeelde de Provinciale vertegenwoor-·
diging 11iet minder leugenachtig. WVie de eerste onbruik-
baar achtte, achtte de laatste niet minder onbruikbaar tot
geven van advies op een wetsontwerp, uitvloeisel der ver-
nieuwde Grondwet en overeenkomstig hare voorschriften
en principen ontworpen.
De talrüke aanmerkingen gemaakt op het gebrekkige
voorloopige kiesreglement, hebben herhaaldelijk den
wensch doen uiten, dat in plaats van zich met zulk een
onvolkonien reglement te behelpen, eene blijvende kieswet
werd zamengesteld en tot vaststelling daarvan de medewer-
king der gewone, toen nog bestaande , Kamers der Staten-
Generaal werd ingeroepen. Dit gevoelen werd aldus ge-
formuleerd door sommigeleden der dubb ele Tweede Kamer.
Het Ministerie bestreed dit gevoelen als volgt in de
Memorie van Beantwoording:
<< Aan dezen voorloopigen maatregel is volstrekte be-
hoefte. »
Q 2

K, .
lg e ...~.-i,- ,'·x. ,..,,_