HomeDe Provinciale Staten, loten van het oude kiesstelsel en de GemeentewetPagina 19

JPEG (Deze pagina), 700.73 KB

TIFF (Deze pagina), 6.86 MB

PDF (Volledig document), 27.00 MB


ll
· il
17 i
_ heette het ook Provinciale Staten, kan aan deze speeialo al
last voldoen, uitgenonien dat ligohaani, die 1’rovinciah·
Staten, dáár bedoeld. Door art. 138 wordt den bodem
ingeslagen aan de algemeenheid, aan het onbeperkte van
art. 18 van het Reglement van Magt en Gezag. ’t ls waar
slechts ééne uitzondering wordt gemaakt, doch het is juist _
van deze uitzondering dat hier sprake is. Men stelle vrij
de 40 of 50 wetten, waarmede de laatst gewnzigde Grond-
wet moet bezield worden, onder de rubriek van boven
vermeld art. 18, de Gemeentewet kan daar niet onder
gerekend worden, deze zal onderworpen worden aan `t
gevoelen van de Provinciale Staten, zooals omschreven
zün in art. 123 der Grondwet. De Minister van Binnen-
landsche Zaken kent geen verschil tusschen de Provinciale
Staten van de Grondwet van heden en die van gisteren,
hg beroept zich eeniglük op art. 138 als de eenige grond
waarom de Provinciale Staten op het ontwerp van Ge-
meentewet gehoord moeten worden; doch de Provinciale
Staten deelen deze ministerieele blindheid niet. Zij weten
zeer wel dat zg van uit de drie standen zgn voortgesproten,
weten even goed, dat art. 138 gewaagd van de onmid-
dellük gekozene Provinciale Staten, daarom zeggen zij:
« wh zün den bedoelden persoon niet! >> en toch verklaren zij
zich bereid dit wetsontwerp in overweging te nemen en
daarop haar advies uit te brengen. VVelke gronden voor
deze zienswijze zijn aangevoerd, wat de waarde van zoo-
danig advies moet znn zullen wu later onderzoeken; doch
de eerbied welke wh aan onze ambtgenooten elk in ’t bh-
zonder en aan de geheele vergadering toedragen en schul-
dig zijn, dringt ons ons gevoelen omtrent het Grondwettig
voorschrit`t waaromtrent tweederlei verklaringen zijn gege-»
<
êá
i
ll
T
l