HomeEen Zuid-Afrikaansche zeemachtPagina 15

JPEG (Deze pagina), 717.60 KB

TIFF (Deze pagina), 6.90 MB

PDF (Volledig document), 16.26 MB

1 13

Wij moeten alzoo bij de oplossing dezer vraag het moei-
lijkste en, naar mg voorkomt, ook het meest waarschünlijke i
geval aannemen. Valt het mede dan kan dit alleen de zaak
E vergemakkelijken.
« Men staat dus voor het volgende: Op dit oogenblik, nu
!_ Gnansronn door zijn groot persoonlijk overwicht, als het ware
{ oppermachtig, gelijk wellicht geen minister voor hem, Groot-
1 Britannie bestuurt, is het hem desniettegenstaande onmogelük
de openbare meening te weêrstreven zonder zijn populariteit
en zgn gezag te verliezen en bügevolg tot aftreden genood-
? zaakt te worden. Want de publieke opinie is er, hoe onrecht-
ri vaardig en treurig overigens ook, geheel tegen de Boeren en
ten gunste der inboorlingen!
Klaarblijkelük wil de groote meerderheid van het Britsche
, volk, hetzg door ziekelüke Kaiïerliefde, hetzij door zelfzucht
‘, gedreven, vertrouwen stellende in haar staatslieden, koloniale
l ambtenaren, zendelingen en avonturiers - de ,,(larpet-
A baggers" van Zuid-Afrika! - niet naar waarheid ingelicht
i worden, niet luisteren naar de waarschuwende stemmen
I van eerlüke en onbevooroordeelde mannen opzichtens de
verhouding tusschen blanken en kleurlingen in Zuid-Afrika.
{ Hoe gaarne Grnxnsronn misschien persoonlijk geneigd ware
j zgn toestemming tot een wijziging der Conventie van 3
Ԥ Augustus 1881 te geven, zoo ziet hg zich toch verplicht die
om bovengenoemde redenen te weigeren. En dat nog wel
2,* met de over de Boeren meest gunstig denkende staatslieden:
_ hij zelf als kanselier der schatkist, Lord Dnnev als secretaris
en As11LEY als ondersecretaris van kolonien aan het hoofd,
terwijl het den Boeien best gezinde deel der bevolking: de
radicalen en liberalen, de rogeering in handen heeft en een
`l overgroote meerderheid in het Parlement bezit.
Maar ook bij een wüzigiug, ja zelfs een geheele vernieti-
ging der Conventie en een terugkeer tot het 'llractaat van
J Zand-rivier, waaraan ik ten zeerste twhfel, blijft Grninsroni: