HomeTheorie en bewegingPagina 33

JPEG (Deze pagina), 853.36 KB

TIFF (Deze pagina), 7.23 MB

PDF (Volledig document), 35.69 MB

31
of de eischen van den praktischen strijd. Het oordeel van
Prokopowitsch is: ,,De taktiek wordt meer door de feitelijke
omstandigheden, dan door het theoretische weten bepaald.
Het is niet het theoretische weten, dat zijn invloed op de
taktiek der partij uitoefent; maar integendeel de taktiek
der partij, die onbetwistbaar de doctrines beinvloedt, die
in de partij bestaan." ’) Hij is van meening, dat de wetenschap
de doeleinden der partij te cfzkïzzcvz en niet te öcprzlwz heeft,
Tegenover deze meening staat een ander uiterste: de
opvatting van hen voor wie de beweging niets anders
schijnt dan eene ontplooiing en openbaring van de theorie,
die zij aan de werkelijkheid zouden willen opdringen in-
plaats van deze in de richting der theorie te wijzigen.
l Vaar deze eisch maar al te vaak afstuit op de eischen
der praktijk, stellen zij de beweging verantwoordelijk voor
de onvolkomenheden der praktijk, waaraan zij zich aanpast.
Deze meening is door mevrouw Roland Holst ontwikkeld
in haar artikel over ,,Beginsel en Praktijk" in de fl/ïèzwvc Tja'.
Voor haar is het eigenlijk doel der beweging, de theorie,
met name het historisch materialisme, te propageeren. Onze
propaganda heeft ten doel, zegt zij, onze eigene klare en
geslotene wereldbeschouwing 2) te doen kennen" en wat
voor haar ons praktisch werk is, blijkt wel hieruit, dat
,,dit werk in de praktijk, onze taktiek, een doorloopende
illustratie van die levensbeschouwing moet zijn.
In deze woorden wortelt hare gansche opvatting om-
trent de verhouding van theorie en beweging; de laatste
is het voertuig der eerste, heeft niets te vragen, dan naar
wat ,,het beginsel" zegt en vooral te zorgen, zich niet ,,aan te
passen" aan feiten en denkbeelden, die met de theorie in
strijd zijn.
Het ontzien van gevoelens van andersdenkenden verkrijgt
in deze opvatting het karakter van beginsel­verraad. Onze
theorie is de weerschijn der maatschappelijke ontwikkeling,
J i) Bernstgn. De voorwaarden tot het Socialisme, bl, 186.
I) \'at hiermede wordt bedoeld. is mij onbekend. Het ,,Marxisme"?
Dit bevat zeker elementen voor een levensbeschouwing, maar is het
niet. Of moet Dietzgen, pas uit het stof der vergetelheid opgedolven,
ons die levensbeschouwing geven? VVie geeft echter mevr R. H, het
recht, met of zonder partijbesluit, hare partijgenooten hare levensbe-
schouwing op te dringen?