HomeTheorie en bewegingPagina 29

JPEG (Deze pagina), 807.65 KB

TIFF (Deze pagina), 7.31 MB

PDF (Volledig document), 35.69 MB

. 27
. klassenstrijd tegen een oppermachtige geld·aristokratie en
tegen het absolute koningschap onder aanroeping van den
godsdienst gestreden. Nog in onze dagen barstte hij in
Calvinistische kringen uit, toen dr. Kuyper ,,de mannen
met twee namen” niet kon medekrijgen voor de kieswet-
Tak en in ,,Patrimonium" spookte hij op de laatste jaar-
vergadering bij een debat over de koöperatie tusschen
kleine burgers en werklieden.
Dat de ,,Christenen" den klassenstrijd niet willen erkennen,
vloeit niet uit het Christelijk, maar uit het burgerlijk
karakter hunner partij voort: de reden daarvoor heb ik
reeds in den aanvang mijner rede genoemd ') en zij geldt
W voor de groote burgerij even goed als voor de kleine.
Dr. Kuyper vooral heeft, door zijne partij steeds die der
,,kleine luyden" te noemen, haar historisch klasse-karakter
te scherp in het licht gesteld, om thans den klassenstrijd
te kunnen loochenen. Toch kan hij den modernen klassen-
strijd, die niet loopt tusschen de ,,kleine luyden" (burger-
klasse) en de patriciörs der lïe eeuw, maar tusschen de
arbeidersklasse en de kapitalisten der 20e eeuw, niet
erkennen, daar hij dan zou moeten toegeven, dat een deel
zijner partij, de arbeiders, zich door hun eigen tegen-
standers tegen hun eigen klasse in het veld laten voeren.
Gaat men nu de direkte eischen na, door de sociaal·
demokratie aan de wetgeving gesteld - het strijdprogram -,
dan valt het niet moeilijk, de kwasi­godsdienstige bezwaren
tegen enkele punten (bijv. het algemeen kiesrecht) als
doodgewone politieke bezwaren, van kapitalistischen of
kleinburgerlijken aard, te ontmaskeren. Het groote verschil,
·wat het karakter onzer sociale hervormingen betreft, tus-
schen Calvinisten en sociaal-demokraten is, dat de eersten
willen hervormen in de richting der verouderde toestanden
van het kleinbedrijf: een ,,organisatie van den arbeid",
zooveel mogelijk in den trant van het oude gildewezen;
‘i herstel van den patriarchalen band tusschen patroon en
werkman; terugdringen van de vrouw in het huisgezin,
waaruit de moderne industrie haar heeft gehaald 2); zoo
I) Bladz. 9.
2) Dit nideaal" wordt in de praktijk evenwel opgegeven, getuige nog