HomeTheorie en bewegingPagina 23

JPEG (Deze pagina), 817.79 KB

TIFF (Deze pagina), 7.44 MB

PDF (Volledig document), 35.69 MB

z
i 21
theorie samengeworpen met de grensnuttigheids-waarde
I van Gossen-]evons­Böhm. Voor de dialektische denk­
; methode waarschuwt hij. De leer van samentrekking van het
J kapitaal en van den achteruitgang van het kleinbedrijf vindt
bij vele burgerlijke ekonomen meer steun dan bij hem.
Maar hij blijft in zijn willen en wenschen staan aan den
kant der arbeidersklasse. Zijn kritiek spruit niet voort uit
burgerlijk belang, hoezeer hij ook door burgerlijke schrij-
vers beïnvloed wordt. Hij heeft, om met dr. David te
spreken, bij zijn kritiek als nwetenschappelijk man" den
. partijmantel afgelegd. Maar den klassenstrijd erkent hij,
l blijft hij beschouwen als oorzaak van onze kracht. ,,Vrees
i, niet, dat onze beweging door mijn kritieknadeel zal lijden",
i roept hij uit op het kongres te Lübeck. ,,Zij put hare
kracht uit den klassenstrijd, uit de toestanden, waaronder
de arbeiders moeten leven".
En waar hij meent, vele wetenschappelijke grondslagen
` in twijfel te moeten trekken, legt hij er den nadruk op,
dat zijne kritiek slechts betreft zijn oordeel over de vormen
: der feitelijke ontwikkeling naar het socialisme, over de
wijze waarop de maatschappij zich daarheen beweegt.
` Al is zijn oordeel over die vormen gewijzigd, ,,dat is het
i niet", zegt hij, ,,wat den socialist maakt, maar de opvat-
ting omtrent wat de maatschappij zijn moet, de sociale
gez2`1zcZhcz`a', het ïó'l][672.w een bewering, die ik voor zijne
rekening laat. Daarin is hij onveranderd gebleven.
De houding der Duitsche partij ten opzichte van Bern-
stein, is het beste bewijs, dat afwijking van de theorie geen
hinderpaal is om deel uit te maken van de beweging.
VVanneer beweging en theorie één waren, de eerste slechts
de belichaming van de laatste, dan had Bernstein niet in
de partij- kunnen blijven. ln plaats daarvan heeft de partij
hem kandidaat voor den Rijksdag gesteld.
I De Lübecksche motie, Bernsteins vrijheid van onderzoek
·' naar de juistheid der theorie erkennende, herinnert hem
echter aan zijn plicht jegens de beweging: den klassenstrijd
te voeren tegen de bourgeosie.
De bewering, dat zij de vrije wetenschap aan banden
zou leggen, is dan ook zoo onzinnig mogelijk. Integendeel
maakt zij de theorie vrij van de beweging, wat voor de