HomeSociale verzekeringPagina 59

JPEG (Deze pagina), 909.51 KB

TIFF (Deze pagina), 7.99 MB

PDF (Volledig document), 96.61 MB

57
democratische litteratuur wordt daarop vaak genoeg ge- Q
wezen en de heer WIBAUT verzuimt niet dat eveneens te
doen - dat een arbeider in den regel vroeger oud i
wordt dan iemand uit de hoogere maatschappelijke i
4 kringen. Arbeiders die na hun 65** levensjaar nog krach­ ;
tig genoeg zijn tot het verrichten van hun werk, zijn
W uitzonderingen. Op zijn best zijn zij dan half sleet. Bij
Y rechters, advocaten, predikanten, ministers enz. is het J
daarentegen een uitzondering als zij op hun 6 gs levensjaar
reeds niet meer behoorlijk mee kunnen. De heer W1BAUT F.
en zijne partijgenooten zullen wel de laatsten zijn om te ‘j
ontkennen, dat de leeftijd waarop men in den regel zijn Qi
i` arbeidskracht in zoodanige mate heeft verloren dat men fi
. niet meer behoorlijk in staat is tot het verrichten van
. zijn werk, voor de arbeiders gemiddeld wel ten minste is
_ vijf jaren vroeger invalt dan voor de leden der ook in jj
dit opzicht bevoorrechte klasse. Welnu, dat wil dan ,‘
i zeggen, dat de ouderdomsverzekering, indien deze schade- l
lijke invloed van het beroep zich niet deed gelden, ook
eerst op een vijf jaren hoogeren leeftijd zou behoeven ll
in te gaan. Waar nu de kosten eener ouderdomsver-
zekering op ógjarigen leeftijd aanmerkelijk veel hooger «
zijn dan op 7ojarigen leeftijd, en de noodzakelijkheid W
dezer duurdere verzekering op rekening komt van den
aard van het werk dat de arbeiders verrichten alsmede ’*
ä van de voorwaarden waaronder zij het verrichten, ligt
‘ alleen reeds in deze omstandigheden bij de ouderdoms- A
2 verzekering een gelijke grond als bij de invaliditeits- en
de ziekteverzekering om de werkgevers mede te laten [
dragen in de kosten daarvan.
Voor het geval de heer WIBAUT en zijne medestanders
door dit betoog nog niet overtuigd mochten zijn van p
het inconsequente van hun standpunt om de werkgevers
bij de ziekte- en invaliditeitsverzekering wèl, bij de 4
ouderdomsverzekering niet te doen bijdragen, wil ik ·
daaraan nog een paar practische vragen vastknoopen. r l
De heer WIBAUT en de zijnen zullen wel niet ontkennen,
i
[A j
il
, fi