HomeSociale verzekeringPagina 35

JPEG (Deze pagina), 929.86 KB

TIFF (Deze pagina), 8.17 MB

PDF (Volledig document), 96.61 MB

l
33 jl
rechtelijk karakter der aldaar geregelde verzekering, niet ‘
heeft kunnen volhouden en de weken gedurende welke
tengevolge van ziekte geen bijdragen worden geleverd, ‘
toch als stortingsweken medetelt. Zulk eene, heel be- E
grijpelijke, uitzondering veroordeelt het gansche stelsel.
Maar bovendien, de afhankelijkheid der uitkeering E
van het aantal bijdragestortingen is uit een financieel *‘
oogpunt bij de ouderdomsverzekering niet noodig. Immers `
men kan, op grond van de thans reeds bekende statistische `l
gegevens, het gemiddeld aantal weken per jaar bepalen, .
gedurende welke de storting om de eene of andere der ‘
genoemde redenen achterwege blijft, en daarmede bij de 1
vaststelling van de hoogte der bijdrage rekening houden. l
De bepaling zoowel van uitkeering als van bijdrage zal
toch wel aan periodieke herziening in verband met de
uitkomsten der verzekering, onderworpen moeten worden; ‘
daarbij kan dan ook telkens met de nadere gegevens
omtrent dit element rekening worden gehouden. J
Voor de invaliditeitsverzekering gelden de zooeven
uiteengezette overwegingen eveneens, maar hier worden
zij door eene andere overweging van principieelen aard v
nog zeer versterkt. Bij deze verzekering heeft het reke-
ning houden met het aantal bijdragestortingen tot onver­ ii
mijdelijk gevolg dat de invaliditeitsuitkeering kleiner is, J
, naar gelang de invaliditeit vroeger intreedt. Bij eene _
, privaatrechtelijke invaliditeitsverzekering moge zulk een
; gevolg verklaarbaar en rationeel zijn; bij eene publiek- ”
[ rechtelijke, welke slechts rekening houdt met den ernst ,
, der omstandigheden waarvoor de verzekering geldt,
, heeft het geen zin. Wel niemand toch zal willen beweren, _=
,, dat onder overigens gelijke omstandigheden de invalidi-
[1 teit voor den arbeider en zijn gezin een minder groot 5
;- onheil is, naar mate zij vroeger intreedt. Veeleer het 1
H tegendeel. I;
L Zeker redenen genoeg om bij de bepaling van het `Q
M bedrag der uitkeeringen met het aantal bijdragestortingen ·'
_g- geen rekening te houden.
h
l
l