HomeOuderdomsrentePagina 5

JPEG (Deze pagina), 749.02 KB

TIFF (Deze pagina), 7.16 MB

PDF (Volledig document), 24.89 MB

j l HOOFDSTUK I.
Inleiding.
De voorgeschiedenis van de totstandkoming der Ouderdoms­
wet is in ’t kort, de volgende :
ln 1913 werd de verplichte lnvaliditeits- en Ouderdoms­
verzekering aangenomen, waarin de bepaling voorkwam, dat binnen
6 maanden na de afkondiging dier Wet, art. 369 van rechtswege
in werking zou treden. Nader is de datum waarop dit zou
geschieden bij Koninklijk Besluit van 12 juni 1913 (No. 272)
bepaald op 3 December 1913, zoodat vanaf dien datum aan alle
personen, die vóór dien datum 70 jaar oud waren en die
konden aantoonen, dat zij in het tijdvak van hun 60ste tot hun
70ste levensjaar minstens 156 weken in loondienst waren
geweest, tegen een loon van minder dan f 1200.-, recht
zouden hebben op een kostelooze ouderdomsrente van j 104.-
per jaar (twee gulden per week). Ook de personen, die nà3 December
1913 70 jaar werden en in gelijke omstandigheden verkeerden
verkregen recht op deze rente met ingang van den dag, waarop
z het 70ste levensjaar werd bereikt. Duizenden van deze renten,
1 bekend onder den naam "Ouderdomsrente ingevolge artikelen 369
op en 370 der'lnvaliditeitswet", werden in het tijdvak van 3 December
1 1913 _tot 3 December 1919 aan de rechthebbenden toegekend. ln-
middels werd het bedrag der rente vanaf 1 januari 1919 verhoogd
van twee op drie gulden per week of f 156.- per jaar.
Met ingang van 3 December 1919 is hierin verandering ge-
komen. Vanaf dien datum trad de in 1913 tot stand gekomen ver-
plichte 1nvaliditeitsverzekering volledig in werking en verviel daardoor
de billijkheidsgrcmd van deze krachtens de artikelen 369 en 370
der lnvaliditeitswet verleende ouderdomsrenten. Immers deze
premievrije renten werden verleend op grond van de overweging,
J dat, wanneer de verplichte verzekering reeds eerder in werking
1
l