HomeOuderdomsrentePagina 29

JPEG (Deze pagina), 653.31 KB

TIFF (Deze pagina), 7.09 MB

PDF (Volledig document), 24.89 MB

HOOFDSTUK VI.
I
A. Verzekeringsvoorwaarden.
I. Het Rijk is, ZOI1d€I' eenig v00rbe/wad, aansprakelijk voor
de, ingevolge de Ouderdomswet 1919, toegekende renten en uit-
l keeringen.
II. De gehuwde vrouw kan de verzekering sluiten zonder
bijstand van den man.
1
III. Aan buitenslands gevestigde rentetrekkers, kan, op
verzoek, de rente worden overgemaakt onder aftrek van de kosten,
daaraan verbonden.
IV. Men behoeft de rente niet iedere week in ontvangst te
nemen, doch kan dit eens per maand, 3 maanden, half jaar of per
jaar doen.
V. Men is niet verplicht zelf de rente te innen, doch kan
daarvoor een andenmachtigen en desgewenscht deze machtiging
weer intrekken.
` VI. De ouderdomsrente is anvervreemdbaar, niet vatbaar
" v00r executoriaal of conservatoir, noch faillissementbeslag.
, VII. Bij blijvende invaliditeit, -­ mits deze niet optreedt
, binnen ·3 jaar nadat de verzekering is gesloten ­- wordt verzekerde
op zijn verzoek van de premiebetaling ontheven, terwijl het recht
j op rente arzverkart blijft.
VIII. Indien de verzekerde niet meer bij machte is premie
te betalen, of om andere redenen de verzekering beëindigt, wordt
I hem een premievrije rente toeg`ekend, ingaande op het 65ste jaar,
die berekend is naar de gestarte premiën, hetgeen al zeer voordeelig is
IX. Door den Raad van Arbeid worden 10 respijtdagen
toegestaan, d.w.z. 10 weken uitstel van premiebetaling.