HomeOuderdomsrentePagina 28

JPEG (Deze pagina), 685.31 KB

TIFF (Deze pagina), 7.09 MB

PDF (Volledig document), 24.89 MB

schappij te worden opgericht. Men vindt in de verzekering volgens
de Ouderdomswet 1919 het meest praktische en bruikbare instituut
om tot het doel te geraken.
Voorbeeld :
Een werkgever met een personeel van 100 arbeiders,
die verplicht verzekerd zijn en wier dienstverband, eenmaal
aangegaan, vrijwel (op enkele uitzonderingen na) zal door- 4
loopen tot den pensioengerechtigden leeftijd, verzekert deze
werklieden voor een aanvullingsrente van ·b.v. f3.- of
f 4.- per week en betaalt geheel of gedeeltelijk de daarvoor
verschuldigde premies. Indien de gemiddelde leeftijd van deze
100 personen gesteld kan worden op b.v. 30 jaar, dan kost i
dit den werkgever voor een rente verzekering van f3.-
f 31.- per week en voor een rente verzekering van f 4.-
f 40.- per week. Bij ontslag van een der werklieden kan
deze zelf de premie gaan betalen, of een premievrije polis
krijgen, meldende het bedrag, waarop men bij het bereiken
van den 65­jarigen leeftijd recht heeft.
Waar de vrijwillige verzekering geen collectieve-verzekering
kent, doch slechts de individueele, zou bij ·werkgevers, in
wier dienst veel los­personeel is,deze complement­verzekering
van geen nut zijn. Doch bij die bedrijven, waarbij groote l
continuiteit van het dienstverband bestaat, is deze vorm
van verzekering wel ideaal : immers, de arbeiders ontvangen
voor zichzelf een onvervreemdbaar recht op pensioen. De
werkgever kan bovendien de bepaling maken, dat zijn firma
wordt aangewezen voor de ontvangst van de som, welke 1
bij overlijden wordt uitgekeerd.
a