HomeOuderdomsrentePagina 16

JPEG (Deze pagina), 880.59 KB

TIFF (Deze pagina), 7.12 MB

PDF (Volledig document), 24.89 MB

14
hem zelf gekozen, dan zou men met de aanmelding wachten, tot
het laatste moment, teneinde zoo weinig mogelijk premie te betalen.
Hiertegen werd gewaakt door de bepaling, dat voor alle personen
van deze groep de premie vanaf 3 December 1919 moet worden be-
taald, onverschillig wanneer men zich voor de verzekering aan-
meldt. Doch ook dan zou de Staat niet weten, waaraan hij toe was.
Wel zou iedere aanmelder de premie ten volle moeten betalen (vanaf A
3 December 1919), doch de moeilijkheid deze premie te innen zou
grooter worden in de gevallen, waarin eerst laat tot toetreding i
zou worden besloten en de premieschuld was gegroeid, doch boven-
dien zou de Staat steeds nieuwe credieten moeten aanvragen, naar-
mate in den loop van de dertig jaren, waarover deze verzekering
loopt, allengs het aantal verzekerden zou toenemen. Het was dus
noodig de toetreding aan een zekeren tijd te binden, waarbinnen de
aanmelding moet geschieden. Deze termijn is gesteld op vier jaren
de eerste twee jaar zóó, dat er geen nadeel voor den betrokkene
door ontstaat, de laatste twee jaar echter zóó, dat door de late
aanmelding de verzekerde schade lijdt, doordat de rente later dan
bij het bereiken van den 65-jarigen leeftijd ingaat. Wil men ver-
zekerd zijn, dat de rente ingaat met de week, waarin het 65ste
levensjaar wordt bereikt, dan moet men zich vóór 3 December
1921 aanmelden.
Die zich aanmeldt tusschen 3 December 1921 en 3 December
1923 moet niettemin van begin af aan (3 December 1919) premie
betalen, doch ontvangt eerst rente, evenveel weken nà het be-
reiken van het 65ste levensjaar als men nog weken, verstreken
na 3 December 1921, gewacht heeft tot de verzekering toe te treden; j
terwijl nà 3 December 1923 niemand meer tot de verzekering in l
deze groep wordt toegelaten. ~
Behalve het recht op een weekrente van f 3.- tegen betaling _
van een weekpremie van 39 cent, verkrijgen de onderhavige ver-
zekerden in de vrijwillige verzekering ook recht op f 100.- bij
overlijden, indien, nadat de verzekering is gesloten, drie jaar zijn
verloopen.
Het meest van belang is deze verzekering voor de kleine
winkeliers, de neringdoenden, de zelfstandige baasjes (schoenmakers,
kruiers, e.d.) kortom voor allen, die, hoewel economisch gelijk- `
staande met loontrekkenden, toch niet geacht kunnen worden bij
anderen in loondienst te zijn en die daardoor dan ook niet vallen
i