HomeOuderdomsrentePagina 11

JPEG (Deze pagina), 779.40 KB

TIFF (Deze pagina), 7.12 MB

PDF (Volledig document), 24.89 MB

9
echtgenoot wordt de rente van den achtergebleven echtgenoot
weder op f 3.-- gebracht.
Ingang kostelooze rente. De kostelooze renten gaan in op
3 December 1919, indien het verzoek wordt gedaan binnen een jaar
h na 3 December 1919 en, op den datum van indiening van het ver-
‘ zoek, indien dit gedaan wordt meer dan een jaar na 3 December
1919. De toekenning geschiedt door het Bestuur der Rijksverzeke­
ringsbank.
Het vorenstaande samenvattende, komt men dus tot twee
soorten van kostelooze ouderdomsrente.
1e. Kostelooze Ouderdomsrente (Leeftijd 70 jaar).
Kenmerken: loondienst (minstens 156 weken);
inkomengrens van j 1200.-- per jaar;
weekrente van j 3.-, echtelieden f 5.-,
ingaande bij het 70ste levensjaar.
Deze groep omvat hen, die sedert 3 December 1913 70 jaar
_ oud zijnde, in aanmerking kwamen voor een ouderdomsrente,
op grond, dat zij tusschen hun 60ste en 70ste jaar minstens 156
weken in loondienst zijn geweest tegen een loon van niet meer
dan f 1200.- per jaar. De toekenning van deze rente, onder ge-
noemde voorwaarde, vond plaats aan personen, die vóór of op
2 December 1919 70 jaar zijn geworden, daarna niet meer. Voor
zoover de aanvrage is verzuimd, kan deze nog geschieden binnen
één jaar nà het bereiken van den 70-jarigen leeftijd. Definitief
1 sluit deze groep dus 2 December 1920 af.
Voorbeeld:
‘ ‘ Iemand, die op 19 September 1919 70 jaar is geworden en
in aanmerking kwam voor eene rente ex art. 370 der Invalidi-
teitswet, doch om een of andere reden verzuimde de rente
in September 1919 aan te vragen, kan deze rente alsnog
aanvragen tot 19 September 1920. Hij heeft nu de keuze
om, of een rente aan te vragen volgens de Ouderdomswet,
of een rente als bedoeld in artikel 370 der lnvaliditeitswet.
g Doet hij het eerste, dan zou hij in aanmerking komen voor
· de kostelooze rente van gelijk bedrag, doch deze kostelooze
' rente gaat eerst in 3 December 1919, hetgeen nadeelig voor
1