HomeOuderdomsrentePagina 10

JPEG (Deze pagina), 849.34 KB

TIFF (Deze pagina), 7.12 MB

PDF (Volledig document), 24.89 MB

8
1919 (zes jaren) hun woonplaats of hoofdverblijf binnen het Rijk
te hebben gehad.
Voorwaarden. Welke zijn nu de gestelde voorwaarden,
waaraan men te voldoen heeft ? Hierop geeft de wet het antwoord.
Geen recht op rente hebben: 1
a. hij of zij, die zelf of wiens echtgenoot in de vermogensbe­
lasting is aangeslagen over het belastingjaar, eindigende den 30sten
April van het jaar, waarin de ouderdomswet in werking treedt,
dat is 30 April 1919;
b. hij of zij, die zelf of wiens echtgenoot over het loopende
of voorafgaande belastingjaar in de inkomstenbelasting is aange-
slagen naar een inkomen van f 1200. - of meer;
c. die, hoewel tot arbeid in staat, regelmatig heeft nagelaten
door arbeid in de behoeften van zich en zijn gezin te voorzien.
Deze voorwaarden moeten vervuld zijn op 3 December 1919,
doch mochten na dien datum de omstandigheden zich wijzigen,
dan ontstaat alsnog recht op de rente.
Indien b.v. iemand op 65-jarigen leeftijd valt onder de be-
palingen, genoemd onder a, en b. en dus aangeslagen is in de Ver-
mogensbelasting of aangeslagen in de Rijksinkomstenbelasting naar
een inkomen van f 1200.- of meer, doch later de omstandigheden
zich verslechteren, zoodat hij niet meer voldoet aan de onder a. en b.
genoemde bepalingen, kan deze kostelooze ouderdomsrente alsnog
worden aangevraagd, doch dan gaat die rente in op den dag van
aanvrage. Het is dus van belang, dat zij, die nà het 65ste levensjaar
hun inkomen zien dalen beneden def 1200.- onmiddellijk een aan-
vraag indienen om alsnog voor deze kostelooze ouderdomsrente
in aanmerking te komen.
Dat voor deze kostelooze ouderdomsrente een inkomengrens i
van f 1200.- is gesteld, houdt verband met het feit, dat ook de ,
reeds vroeger toegekende ouderdomsrenten, krachtens de artikelen
369 en 370 der lnvaliditeitswet, evenzeer gebonden waren aan de
grens van f 1200.-.
. Bedrag. De kostelooze ouderdomsrente bedraagt f 3.- per
week of voor echtgenootenf 2.50 per week (tezamenf 5.-per week),
onverschillig of de renten krachtens een artikel der Ouderdomswet j
of krachtens een artikel der lnvaliditeitswet is toegekend, indien "
ïze maar kosteloos is verleend. Na het overlijden van den anderen 1
E