HomeEen drietal lezingen in Amerika gehoudenPagina 8

JPEG (Deze pagina), 1.00 MB

TIFF (Deze pagina), 8.71 MB

PDF (Volledig document), 47.59 MB

W ‘’
x ç,;?"?ï·,

Onze godsdienst is een aardsche godsdienst: Schoen-
maekers: ,,Het geloof van den nieuwen mensch.°'
Goethe, de groote Duitsche dichter en denker, zegt in één van
zijn gesprekken met Eckerman: ,,Alle achteruitgaande perioden zijn
subjectief, dus persoonlijk; daarentegen hebben alle vooruitstre- W
vende perioden een objectieve, zakelijke richting. Onze tegenwoor- I
,_l,` dige tijd is een teruggaande, omdat hij subjectief is".- 1
, Hieruit volgt dus, dat in een tijd van persoonlijke neigingen ook Q
geen groote kunst zich kan ontwikkelen, omdat dat alleen het
geval zal zijn in een vooruitstrevend tijdperk, een tijdperk van een I
streven in objectieve richting. ·
Want onder een groote kunst moet worden verstaan een zoo-
danige, die het geheele maatschappelijk leven doordringt, een kunst,
die dus het gevolg is van een algemeene overeenstemming in levens-
beschouwing, van een geestelijk ideaal. En het is dan ook alleen in
dat geval dat van c ul t uur in het algemeen kan worden gespro- ·
ken, omdat een groote algemeene stijl, als uiting dier levensbeschou-
wing, van een cultuur de afspiegeling is. Want cultuur en beschaving E
zijn begrippen die elkaar kunnen uitsluiten, zoodat er cultuur kan
zijn zonder beschaving, zoowel als beschaving zonder cultuur. 'il
De geheele negentiende eeuw kon om die reden geen eeuw zijn i
van een groote kunst. Er valt immers gedurende dien tijd in plaats j
van een vaste lijn in de geestesstroomingen en dientengevolge van è
het maatschappelijk gebeuren slechts een algemeene verwarring van
L êlenkbeelïlfn en inzächtïn te constaáeeren. Maalidaartegenover säaït,
at in zu een tij per we een ienovereen omstige persoon ij e
kunst, in den geest dus zooals Goethe dat bedoelt, de kunst van een ~
Goethe zelf, van een Beethoven, van een Wagner tot een groote
hoogte kan stijgen; een hoogte die ons met bewondering vervult,
omdat zij de uiting is van het persoonlijk genie. Maar het eigen- j
aardige geval doet zich voor dat, ofschoon in de beeldende, dus in »
de eigenlijke stijlgevende kunsten, in zulk een tijdperk wel eenzelfde
ontwikkeling van het persoonlijke kan plaats hebben, toch de
ervaring leert dat een zoodanige uiting in die kunsten niet van die-
zelfde kracht is.
In de laatste jaren der negentiende eeuw viel echter in Europa een
kentering waar te nemen ten gunste van een ontwikkeling der beel-
f à dende kunsten, nu niet meer volgens zuiver persoonlijke gevoelens,
èjä gg ênaar volgens een zekere overeenstemming, volgens vaste dat is ob-

'_ j ;CT
ils . L
7
·:‘i ·‘=··; . ~ ` ­­­