HomeEen drietal lezingen in Amerika gehoudenPagina 49

JPEG (Deze pagina), 1.04 MB

TIFF (Deze pagina), 8.59 MB

PDF (Volledig document), 47.59 MB

.
l.
J l
1 het geval, zoodat met doodelijke zekerheid een architektuur van de
gewone begrijpelijke schoonheid den prijs krijgt, terwijl een projekt
van een jonge, maar daarom ontwikkelingsmogelijke architektuur,
de eenige inderdaad belangwekkende, met een gebaar van zelfge~
‘ noegzame geringschatting wordt terzijde gelegd. En de meeste tegen~
; kanting vindt zulk een modern bouwwerk te midden van oude stads~
i ‘ gedeelten, zooals dat natuurlijk in de Europeesche steden telkens
§, het geval is, omdat er dan bovendien sprake is van het bederven
der omgeving. Daarbij wordt dan niet gedacht aan het feit dat inter··
li tijd de middeleeuwsche meesters hun werken naast klassieke; de
» Renaissance meesters de hunne naast Gothische plaatsten. Maar in
T die tijden was men nog zoo fijngevoelig niet als thans.
1 Deze beschouwingen voeren ten slotte tot de overtuiging, dat er
g nu inderdaad een moderne architektuur bezig is zich te ontwikkelen
V en wel tengevolge van moderne geestesstroomingen en behoeften.
Deze beweging is een algemeene, al heeft zij haar oorsprong in
Europa. Haar karakter is dat van zakelijken eenvoud zoowel in
constructie als versiering, terwijl wat den algemeenen vorm betreft,
daarin beslist geometrische regelmaat valt te bespeuren.
Bij de samenstelling van dien vorm wordt trouwens weer opnieuw
van geometrische en arithmetische verhoudingen gebruik gemaakt, i
“ dus zelfs in den geest van Plato, die reeds als het wezen der schoon~
·V heid maat en maatverhoudingen heeft genoemd. En daar dat karak~
, ter inderdaad het geestelijk streven van dezen tijd weerspiegelt,
. daarom zal alleen deze wijze van behandeling voor de ontwikkeling
` der moderne architektuur van waarde zijn.
' De kunst der 19e eeuw had door eklektische en subjectivistische
j richtingen geen mogelijkheid tot ontwikkeling, terwijl daarentegen
j' het werk der bouwmeesters, die thans in bovengenoemden geest
of arbeiden, en dus den komenden tijd voorvoelen, die mogelijkheid
wel heeft. ,,Ik koester de hoop" zegt Morris, de groote Engelsche
l voorganger, ,,dat juist uit de noodzakelijke en pretensielooze gebou~
l wen de nieuwe en echte bouwkunst zal te voorschijn komen, in elk
geval eerder dan uit experimenteeren met de methode van enkele
l gewilde bouwstijlen".
g Het is krachtens deze beginselen, dat in de toekomst weer een
j groote stijl kan worden verwacht, een stijl, die dan niet alleen mooi,
’ maar weer verheven zal kunnen zijn.
i Want deze stijl zal weer de kracht blijken te bezitten om de wer~
" ken der architektuur tot die verhevenheid op te heffen, die noodig
is om hen weer de ideëele uiting van een cultuur te doen zijn.
43
V D