HomeEen drietal lezingen in Amerika gehoudenPagina 44

JPEG (Deze pagina), 1.05 MB

TIFF (Deze pagina), 8.55 MB

PDF (Volledig document), 47.59 MB

ii i

W , ’»
SE i eveneens van een hoogere bedoeling dan dat van bevrediging van
‘ zuiver materieele behoeften alleen; zoodat dat zakelijke, die bezon-
wrïi nenheid, ook in de kunst niet alleen niet onartistiek is, maar ook een
i. dienovereenkomstig hoogere bedoeling vertegenwoordigt. Zoo
Lèg vindt Scheffler dat streven zelfs religieus; en daar inderdaad de idee
daarbij werkelijkheid wordt, ook in overeenstemming met Hegels be-
, grip van het ideale, zoodat ook daardoor het ideale wordt benaderd.
jlf Er blijkt dan ook, dat de bouwkunst in dezen tijd haar vormen ­
Ae‘A· ontleent aan dat soort van gebouwen, die thans de uiting zijn van
het georganiseerde geestesleven, namelijk het kantoorgebouw en het
winkelhuis. En wat het karakter betreft zal dat kantoorgebouw zich
7 in het algemeen niet anders kunnen voordoen dan als een massieve
· romp, met gevels, die niet anders zijn dan groote vlakken met ge- .j»
lijksoortige vensteropeningen. En de architekt die den moed heeft,
om dit aldus en niet anders op te vatten, toont daarmee het streven E
van dezen tijd te begrijpen. Want er behoort werkelijk moed toe j
een dusdanige opvatting te manifesteeren, omdat hij daarbij zeker ä
niet kan rekenen op de sympathie van het groote publiek. Dit ziet l
immers altijd liever een Italiaansche paleisfaçade met het gebruike-
Q lijke zuilenschema, of den gevel van het een of andere Fransche
chateau; immers het publiek waardeert en kent in een kunstwerk T
= _ alleen de onmiddellijk tot zijn alledaagsche ziel sprekende aardig-
, heid, liefheid of schoonheid. j
` In den strengen stijl blijft nu eenmaal voor den toeschouwer niets `
g over, daarentegen in den aangenamen stijl de meeste subjectiviteit. t
‘=_ · Daarin houdt de kunstenaar zich met het publiek bezig. En toch ‘
leidt ten slotte diezelfde romp met zijn eenvoudige vensterverdeeling j
jg ‘ naar het verhevene, terwijl het Italiaansche paleis, dat zeer zeker ‘
indertijd evenzeer de hoogste schoonheid benaderde, in zijn regene-
l? ratie onherroepelijk het bewijs levert, niet eens van decadentie, maar ­ ä
van volslagen onmacht. Het is een kwestie van beginselen en niet
, van verouderde traditiën die in deze beslissend is. Want, het kan
A niet genoeg worden herhaald, dat het zakelijke het schoone niet al-
l leen niet uitsluit, maar dit juist benadert; terwijl het onzakelijke in-
? tegendeel tot het leelijke heeft geleid.
M De kunst begint volstrekt niet met het ornament; de aanwezigheid
daarvan is geen kwestie van beginsel, maar van een meer of minder
rijke behandeling. En wanneer Goethe tot Eckerman zegt: dat niet
alles wat doelmatig is, schoon is, maar wel al het schoone doelmatig,
dan zegt hij hetzelfde, omdat ten slotte de kunstenaar er voor moet
zorgen dat juist het doelmatige schoon wordt.
38

A .
á

I
4,, «~a·<·.i , _· ..,-,_äa_·,~«,i,:~§·g«;yg;;,;;e·. .--­ ··=·~¤·re2t,.e+; :.~­<~~~y r, ._ ­. rg. `.»iw,.;,r.` .. _ i, j Y · _ ... ­ r . . _ . _